Deze site zal er veel beter uitzien in een browser die webstandaards, ondersteunt, maar de site is toegankelijk met elk soort browser.


Fietstochten door Europa - Jos Everts  

03. 120 x 60 Essent BE - NL   


Jos fietste twee keer voor een goed doel:

  • in 2002 voor de renovatie van De Vuurvogel - Vrije Basisschool Bree & Vostert
  • en in 2005 voor een Unicef-project in Rusland.


Google
web www.opdefiets.be

Journey rapport in English
Reisebericht auf Deutsch
Download het volledige reisverslag in pdf

Donderdag 5 mei 2005: Grote Brogel - Wachtendonk
Dagafstand 85 km

Terwijl ik mijn ligfiets klaarmaak voor vertrek, begin ik me zo stilletjes aan af te vragen wat me tijdens deze nieuwe fietstocht weer allemaal te wachten zal staan. Zal ik wel overal zo gastvrij ontvangen worden, zoals ik me dat nu voorstel... ?

Als alles op zijn plaats zit, draag ik mijn fiets naar beneden en rij weg voor de proloog van dit grote avontuur ten voordele van UNICEF. Het zonnetje schijnt, maar het is frisjes. Aan de fietsbrug over het kanaal in Bocholt heb ik een afspraak met Patrick Brebels, correspondent bij het Belang van Limburg. Na een kort interview en de bijhorende fotosessie, rij ik verder. Met de wind in de rug en de GPS als gids gaat het vlot vooruit. In Nederland gaat de route afwisselend over kleinere en grotere wegen. Gelukkig zijn die laatste steeds voorzien van prima fietspaden. Na 46 kilometer peddelen hou ik een eerste keer halt aan een bushalte langs de Napoleonsweg in Neer. Ik rust een kwartiertje uit op de bank van het bushokje, goed beschut tegen de wind.

Na de pauze loopt de route door de groene winterbedding van de Maas. In Baarlo moet ik de veerpont nemen om de Maas over te steken. Als ik de bedoeling van mijn fietstocht uitleg,op is de 'veervrouw' onmiddellijk bereid me gratis over te zetten.

Veldweg te Kesseleik Maasduinen Aan het veer over de Maas in Baarlo Aan het veer over de Maas in Baarlo Aan het veer over de Maas in Baarlo

Daarna gaat het vlot verder via Venlo naar de Duitse grens. Om halfzeven arriveer ik in Wachtendonk, eindhalte van deze etappe. Ik maak een wandeling door de mooie historische stadskern, die vele pittoreske hoekjes en mooie vakwerkhuizen telt. Daarna schrijf ik op een bank een eerste verslag in mijn dagboek. Dan rijd ik naar het Sankt-Josef-Stift waar ik om halfacht in het 'Kinderheim' verwacht word. Het is er even zoeken naar een opvoeder, maar een vriendelijke jongen brengt me al vlug tot bij Stephan. Eerst moet ik op de foto - als aandenken voor de kinderen - en daarna gaat de fiets achter slot en grendel. Stephan wijst me eerst mijn kamer, waar ik me een beetje opfris, en daarna enkele restaurants waar ik volgens hem een goede kans maak om gratis te mogen eten.

Der Stephan en ik St. Josef-Stift St. Josef-Stift St. Josef-Stift Pittoreske plekjes in Wachtendonk Pittoreske plekjes in Wachtendonk Pittoreske plekjes in Wachtendonk Pittoreske plekjes in Wachtendonk Pittoreske plekjes in Wachtendonk Pittoreske plekjes in Wachtendonk Pittoreske plekjes in Wachtendonk Pittoreske plekjes in Wachtendonk

In hotel-restaurant Flachshaus word ik gastvrij onthaald. Hoewel ik gezegd heb dat ik tevreden ben met wat de chef voor me klaarmaakt, krijg ik toch de menukaart en mag ik er vrij uit kiezen. Kruidenpannenkoeken met champignons en asperges lijken me heerlijk en blijken niet veel later ook heerlijk te zijn. Na dit voortreffelijk maal neem ik afscheid met een welgemeend dankjewel. Ik maak nog een korte wandeling en eenmaal terug in het Kinderheim sla ik met Stephan een praatje over het UNICEF-project. Intussen laat hij me de ontspanningszaal van het tehuis zien. Het biljart en het tafelvoetbalspel kennen aanzienlijk minder succes dan de twee PC's waarop de jongeren naar hartelust kunnen surfen en gamen. Rond tien uur ga ik slapen.

Vrijdag 6 mei: Wachtendonk - Holsterhausen
Dagafstand 83 km - totaal 167 km

De kinderen hebben net zoals bij ons geen school vandaag en ontbijten daarom later dan gewoonlijk. Stephan en ik genieten dus in alle rust van krakend verse broodjes en een dampende kop koffie. Stephan vertelt me wat meer over zijn werk in het jeugdhuis. In de zomer komen de jongeren en hun opvoeders twee weken op kamp aan de Lesse! Uit Stephans verhalen kan ik afleiden dat hij zijn werk bij deze kinderen met opvoedingsproblemen met veel liefde, geduld en plezier doet.

Om negen uur rijd ik weg. De route gaat afwisselend over verharde en onverharde wegen. De natuur is prachtig groen en de vogels kwinkelieren naar hartelust. Af en toe schijnt de zon zelfs een beetje. Het waait nog steeds flink. Meestal gaat het om rugwind, soms ook flinke zijwind. Even voor Neukirchen-Vluyn neem ik een kwartiertje pauze. De eerste 26 kilometer van de dag zitten er dan op. Daarna gaat het vlot verder tot aan de Rijn in Walsum. Ik geef de veerman een paar woorden uitleg en als ik zeg dat ik geen geld heb, antwoordt hij: "Ich habe auch kein Geld!". Toch mag ik gratis mee over, alweer 1,60 euro meer voor het UNICEF-project! Het fietsen gaat me vandaag iets minder gemakkelijk af dan gisteren. Komt dit omdat de weg nu af en toe lichtjes gaat stijgen en dalen? Bergop met de ligfiets is te doen, maar toch wel best zwaar. Alle kracht moet uit de benen komen!

Veer bij Walsum Wesel-Datteln-kanaal Schloss Gartrop Schloss Gartrop

In Bruckhausen, rond een uur of een, werk ik het broodje en de koekjes die ik nog van gisteren over heb naar binnen. Het begint te regenen en ik zoek mijn toevlucht in een bushokje, maar de bui waait al heel snel over. Even later fiets ik weer over de wegen die zich door de groene Duitse weiden en velden slingeren. Het gele koolzaad brengt afwisseling tussen het vele groene gras en ruikt ook heerlijk. Aan een boerderij schuil ik nog eens voor een buitje en dan gaat het fluitend verder tot Holsterhausen. Het is dan halfvier. Ik breng eerst een bezoek aan de kerk, die na een instorting grondig vernieuwd en gemoderniseerd is. De oude muren staan nog overeind tot net boven de ramen, waar geen glas meer inzit en dienen als een soort voorportaal voor de nieuwe kerk. Die is prachtig in haar eenvoud. De banken staan cirkelvormig rond het altaar opgesteld. De moderne glasramen, een uitgekiende verlichting en een afwisseling tussen oudere en modernere kunst geven het godshuis een intieme sfeer.

De mooie kerk van Holsterhausen De mooie kerk van Holsterhausen De mooie kerk van Holsterhausen De mooie kerk van Holsterhausen Slaapkamer in Holsterhausen Slaapkamer in Holsterhausen Gastvrije pastoor Ludger

Op de aankondigingen in de kerk vind ik het adres van de parochiepriester. Die blijkt tegenover de kerk te wonen. Hij ontvangt me vriendelijk en na enig nadenken zegt hij dat hij een kamer voor me heeft. Wat een geluk alweer! We spreken af dat ik eerst nog een uurtje ga wandelen, zodat de vriendelijke man tijd heeft om het een en ander in orde te brengen. In het dorp is er verder niet zo veel te zien, maar de wandeling doet me toch deugd. Even na vijven brengt de pastoor me naar mijn verblijf voor deze nacht. Een klein gemeubileerd appartement staat tot mijner beschikking. De man heeft verder gezorgd voor enkele stukken fruit, een fles water en hij nodigt me uit voor het avondeten om zeven uur. Ik schrijf eerst het verslag van de dag, doe dan een hazenslaapje en na een verkwikkende douche voel ik me weer kiplekker.

Klokslag zeven uur meld ik me aan bij Ludger Ernsting, zo heet de pastoor. Als hij de deur opent, begroet hij me met: "Sie haben sich schon schnell die deutsche Pünktlichkeit eigen gemacht!". We genieten samen van een heerlijke broodmaaltijd. Ludwig vertelt over de Kirchensteuer. Verder blijkt in zijn decanaat nog elke parochie over een parochiepriester te beschikken. Dat is in België de dag van vandaag onvoorstelbaar geworden.

Na de maaltijd maak ik nog een flinke avondwandeling naar de moderne kerk van Holsterhausen Zentrum, maar ze is jammer genoeg gesloten. Om negen uur kijk ik nog een uurtje TV en dan kruip ik tussen de lakens.

Zaterdag 7 mei: Holsterhausen - Münster
Dagafstand 70 km - totaal 237 km

Ik ben al wakker om vijf uur, maar blijf nog liggen tot halfacht. Slapen doe ik in die tijd niet veel meer. De lucht is helemaal grijs vanmorgen en het regent aanhoudend. Om kwart over acht ben ik op de afspraak bij Ludger voor het ontbijt. Ik heb geluk: hij eet 's zaterdags - en alleen 's zaterdags, zegt hij - broodjes bij het ontbijt. We praten over politiek, ondermeer over de liberale euthanasiewetgeving van ons land. Volgens hem ligt dat thema in Duitsland erg gevoelig vanwege het nationaal-socialistische verleden. Ludger vertelt me ook dat hij een overnachting bij een collega even buiten Münster heeft weten te regelen.

Voor het afscheid trek ik mijn regenkleding aan en zorg dat de bagage zorgvuldig ingepakt is. Ik neem nog een foto van Ludger en hij stopt me nog snel een omslag in de hand met "proviand voor onderweg". Ik steek de omslag weg en met een hartelijk 'auf Wiedersehen' zet ik er vaart in.

Het valt op zich wel mee om zo in de regen te fietsen, maar toch vlot het niet zo goed vandaag. Is het de flinke rugwind, die me de voorbije dagen vaak een duwtje in de rug gaf en die ik nu moet missen? Of zijn het de wegen die vaak onverhard of hobbelig zijn. Ik onderbreek het fietsen tijdens de voormiddag maar met twee korte pauzes. Zo sta ik om twaalf uur in Dülmen terwijl de dagteller 36 kilometer aanwijst. Het regent nog steeds, ik heb natte en ijskoude voeten. Aan 'Die kleine Kneipe" hou ik halt en ik vraag de bazin of ik me even mag warmen. De bazin vindt het onmiddellijk goed en terwijl ik aan het raam de boterhammen die ik vanmorgen bij Ludger gesmeerd heb, verorber, biedt de bazin me een kop heerlijke koffie aan. Wat doet dat deugd! Aan tafel schrijf ik verder in mijn dagboek. Plots schiet me de omslag van Ludger te binnen. Ik haal hem boven en maak hem nieuwsgierig open. Eerst haal ik er een boekje uit. 'Spuren Suche / Suche Spuren' is de titel. Het boekje bevat een verzameling teksten voor mensen onderweg. Dan vind ik een kaart van de parochie met op de achterkant "... für einen Besuch www.st-antonius-dorsten.de. Tot slot komt er nog een mapje met drie postkaarten van de kerk te voorschijn met een citaat van Martin Buber, een reiswens van Ludger persoonlijk én nog een financiële bijdrage aan mijn project. Niet te geloven!! Ik weet nu al zeker dat Ludger een man is die ik me nog lang na het einde van deze tocht zal blijven herinneren!

Om kwart voor een rijd ik verder. Het regent nog altijd, maar over de gladde asfaltwegen kan ik heel wat sneller fietsen dan vanmorgen. Slechts door een korte pauze onderbroken leg ik de resterende 30 kilometer naar Münster af. Vlak voor ik daar aankom, krijg ik zelfs even de zon te zien. Op de Domplatz is de markt net afgelopen. Het is er een drukte van belang. Veegmachines rijden af en aan en niet veel later rijdt een stoet bierwagens het plein op voor het Eurocityfeest vanavond. Er wordt getimmerd aan een groot podium voor de muzikanten van vanavond. In de dom klinkt andere muziek: de domheren zingen er het angelus. De zuivere klank van de mannenstemmen wordt door het geschuifel en het gefezel van de toeristen verstoord. Jammer! Wanneer ik terug buiten kom, regent het flink hard en ook na mijn bezoek aan de St.-Lambertuskerk is de zondvloed nog niet opgehouden. Op een gewone fietsreis zou ik nu een café binnenschieten en me opwarmen bij een heerlijke kop koffie. In het drukke Münster lijkt het me niet voor de hand liggend om dat gratis voor elkaar te krijgen, dus zoek ik een andere oplossing. Ik besluit mijn kans te wagen voor een gratis bezoek aan het Landesmuseum. De dame achter de balie toon haar goede hart: ik mag erin! Terwijl ik op temperatuur kom en mijn natte kledij opdroogt, kuier ik langs eeuwen schilder- en beeldhouwkunst. Er zijn ook fraaie meubelstukken en grote verzamelingen porselein te bewonderen. Het museum is echt de moeite van het bezoeken waard! Om zes uur kom ik er buiten en na nog een korte wandeling door de drukke straten ga ik op weg naar de St.Margarethaparochie. De kerk ligt vier kilometer buiten het centrum. Op de deur van de pastorij hangt een berichtje 'An den Fahrradfahrer' waarin te lezen staat dat de pastoor pas om kwart over zeven thuiskomt. Ik kuier even rond en neem een kijkje in de moderne kerk. Daarna wacht ik op de stoep voor de pastorij en stipt kwart over zeven stopt een auto voor de deur met daarin de jonge parochiepriester. Hij moet nog iemand wegbrengen, maar laat me alvast binnen en wijst me mijn kamer. Ik kleed me om en dood de tijd van het wachten met het aanvullen van mijn dagboek.

In en rond de dom van Münster In en rond de dom van Münster In en rond de dom van Münster In en rond de dom van Münster Münster Münster Münster Münster St. Margarethakerk St. Margarethakerk St. Margarethakerk verblijf bij pastoor Hans Gerd

Hans Gerd Paus is een energieke jonge priester en een enthousiast fietsfanaat. Hij heeft veel interesse voor mijn ligfiets. Rond acht uur eten we samen met Michael, die ook in de pastorij woont, maar gevangenisbewaarder van beroep is. We hebben een gezellige babbel en ongemerkt gaat de tijd voorbij. Het is al gauw halfelf, tijd om te gaan slapen.

Zondag 8 mei

Ik heb een vreselijke nacht achter de rug. De luchtmatras was prima, daar lag het niet aan, maar ik heb kou geleden, onvoorstelbaar! Ik ben een eerste keer opgestaan om een trui over mijn pyjama aan te trekken. Een tweede keer heb ik een onderhemdje uit mijn tas te voorschijn gehaald. De derde keer heb ik mijn trainingsjasje nog aangetrokken en een lange broek. Tussen twee en vijf uur heb ik met stuk en brok toch wat kunnen slapen. Maar vanaf vijf uur heb ik weer de hele tijd wakker gelegen.

Om halfacht zit ik met Hans Gerd aan tafel. We kletsen weer gezellig en daarna help ik hem bij de afwas. Even voor halfnegen rijd ik met zijn auto mee naar een andere parochie St. Konrad voor de eucharistieviering. Die wordt voorgegaan door een gepensioneerde priester, Hans Gerd heeft alleen de preek. De voorganger is vriendelijk en heeft een mooie duidelijke uitspraak en een heldere stem. Hij kijkt zijn gelovigen voortdurend vriendelijk aan. Hans Gerd heeft zijn preek volledig aan moederdag gewijd. Goed geconcentreerd kan ik bijna alles verstaan.

Na de viering rijden we terug naar de pastorij en nemen we afscheid. Terwijl Hans Gerd zich naar zijn volgende viering haast, fiets ik op mijn gemak terug naar Münster. Ik wandel er langs een kunstmarkt, langs enkele kerken en langs de ontelbare verkoopsstandjes en eetkramen van het Eurocityfeest. Als de zon er even uitkomt, zet ik me op een muurtje om te grasduinen in een krant die ik gratis op de markt gekregen heb. Om kwart voor twaalf ben ik terug op de Domplatz en niet veel later is mijn oudste broer Ludo er, die me komt ophalen. In het marktcafé trakteert hij me voor we naar huis terugkeren eerst op een heerlijke brunch. Daarna laden we de fiets op de auto en zit de proloog van de tocht naar Sint-Petersburg erop. Onderweg naar huis bedenk ik hoe deugddoend de contacten geweest zijn, hoe veel geluk ik gehad heb en hoeveel goedheid ik heb mogen ondervinden. Het stemt me dankbaar. Ik ben erin geslaagd om dit eerste deel af te werken zonder één eurocent uit te geven. Integendeel, ik heb nog wat extra geld voor het UNICEF-project op zak. Ik heb ook goede hoop voor het resterende deel van de tocht tijdens de zomervakantie. Toch besef ik maar al te goed dat het in dit volgende deel niet steeds even makkelijk zal gaan als de voorbije drie dagen. We zien wel!

Zaterdag 9 juli: Münster - Augustdorf
Dagafstand 117 km - totaal 354 km

De laatste weken op school zijn hectisch geweest en daarom moet ik vanmorgen om halfvijf, als de wekker afloopt, de bagage nog inpakken. De fietstassen zitten boordevol, maar het lukt me toch om alles wat ik had ingepakt een plaatsje te geven. Ik laad de bagage in de auto en zet de fiets op de drager. Dan rijd ik naar mijn zus Reinhilde in Maaseik. Ze staat al op de uitkijk als ik tien minuten later dan afgesproken aankom. Mijn broer Dirk, die chauffeert, is er ook al. We wisselen de bagage en de fiets van auto en om halfzeven rijden we weg. Als derde gaat ook Rik, de man van Reinhilde mee, om me in Münster uit te zwaaien. Nauwkeurig navigatiewerk met een traditionele kaart brengt ons via het kluwen van autostrades in het Ruhrgebied in Münster. De fiets wordt afgeladen, de bagage erop gesjord en na een koffie en het afscheid rijd ik om halftien weg. De R1 gaat zo goed als altijd over kleinereveldwegen, soms onverhard. Veldwegen van de laatste soort zijn met de ligfiets niet zo makkelijk te berijden. Vooral los zand of kiezelsteentjes dreigen me meermaals uit mijn evenwicht te brengen. De aanhoudende tegenwind en mijn slechte conditie (ik heb sinds einde mei niet meer getraind) maken dat de kilometers al snel gaan wegen. De rustpauzes die ik om de twintig kilometer inlas, brengen weinig verlichting. Tegen drie uur zit ik zonder water. Het duurt toch wel even vooraleer ik mijn schroom kan overwinnen en iemand durf aanspreken voor water. Als ik rond zeven uur Augustdorf binnenrijd, schrik ik wel even: niet veel verder dagen de forse heuvels van het Teutoburger Wald al op! Dat belooft voor morgen. Ik bel aan bij het adres dat pastoor Hans Gerd uit Münster me bezorgd heeft. Een dame doet open en nadat ik mijn verhaal gedaan heb, zegt ze dat de diaken die zulke zaken regelt sinds gisteren met vakantie is. Maar als ze verneemt dat ik alleen ben, strijkt ze over haar hart en mag ik in het jeugdhuis slapen. Het is er chic en modern, voorzien van alle comfort. Alleen een bed ontbreekt. Na een verkwikkende douche, wandel ik het dorp in op zoek naar een avondmaal. In de pizzeria is de chef er niet en wil men me niet helpen. Even verder, bij Richy´s County Pub, lukt het wel. Ik geniet er van een heerlijke kalkoenschnitzel met gebakken banaan en rijst. Terug in het jeugdhuis, het is inmiddels tien uur, installeer ik me met mijn slaapzak op de zetels en val onmiddellijk in een diepe slaap. Uitgaven: nul euro!

IMG_4087.JPG (69618 bytes) Vertrek! Onderweg bij het dorpje Einen Wegwijzer R1 Richy´s County Pub Jugendheim Jugendheim

Zondag 10 juli: Augustdorf - Markoldendorf
Dagafstand 111 km - totaal 475 km

Hoewel mijn slaapbank aan de harde kant was, heb ik toch goed geslapen. Om halfacht sta ik op. Na een ontbijt van wafels, granenrepen en twee glazen chocoladedrank, rijd ik tegen kwart voor negen weg. De route gaat over rustige veldwegen door de prachtige weiden, velden en bossen van het Teutoburger Wald. Eerst moet er nog veel geklommen worden, maar na Holzhausen gaat het een heel eind bergaf. Het fietsen gaat me veel beter af dan gisteren: ik heb er echt plezier in. Tijdens de pauzes geniet ik van de wafels die een collega voor me gebakken heeft en van de granenrepen die ik van thuis heb meegebracht. Rond drie uur zit ik door mijn mondvoorraad heen. Een uurtje later begint de honger zich te laten voelen en het is dan soms moeilijk om aan de caféterassen of de fruitstalletjes voorbij te rijden. Tegen vijven heb ik echt knagende honger. Als ik in Lobach aan een zonnebadende dame om water vraag, nodigt ze me hartelijk uit op de koffie. Even later verschijnt haar man met heerlijke koffiekoeken. Terwijl we gezellig zitten te smullen onder de kersenboom, vertel ik over mijn reis en vertellen de man en de vrouw over hun vader van 94 jaar die nog steeds alleen woont. Om kwart voor zes neem ik afscheid en met nog een drietal heuvels te beklimmen en af te dalen kom ik om goed zeven uur aan in Markoldendorf. Ik mag er slapen in het Gemeindehaus van de evangelische kerk: minder comfortabel dan gisteren, maar ik ben al blij dat ik onderdak heb. Nadat ik mijn slaapmatje heb uitgerold en me aan de kleine wasbak op het toilet gewassen heb, trek ik het dorp in voor het avondmaal. In de pizzeria is het net spitsuur, maar na vijf minuten wachten is de chef toch bereid te luisteren. Hij vraagt naar mijn papieren en als ik die laat kijken is het in orde. De pizza en de cola smaken heerlijk. Terug in het Gemeindehaus schrijf ik mijn dagboek, lees nog wat en om tien uur kruip ik in mijn slaapzak.
Uitgaven: 0 euro

Teutoburger Wald Velden onderweg Bij een vriendelijk paar op de koffie Pizza Eck Markoldendorf Kerk Markoldendorf In het Gemeindehaus Markoldendorf

Maandag 11 juli: Markoldendorf - Blankenburg
Dagafstand 121 km - totaal 586 km

Ik heb slecht geslapen op mijn matje. De hele nacht ben ik om de haverklap wakker geworden. Om zeven uur sta ik op en drie kwartier later rijd ik zonder te ontbijten weg. Na zeven kilometer stop ik aan een bakkerij in Einbeck. Ik krijg er een witte kraker als ontbijt. Zonder beleg is zo´n kraker nogal droog en moet je tergend lang kauwen. De volgende twintig kilometer tot Bad Gandersheim gaan vlot vooruit. Daarna volgt een flinke klim tot Neukrug. Omdat de route daarna een flinke omweg door het Harzgebergte maakt, kies ik ervoor de grote wegen te volgen. De wegen golven op en neer. In Langelsheim stel ik de schijfremmen wat nauwkeuriger af, want ze maakten al een tijdje een schurend geluid. Bij het ondersteboven zetten van de fiets, maak ik mezelf en mijn kleren behoorlijk vuil. Een ligfiets heeft ook zo´n lange ketting! In Goslar is het even zoeken naar de juiste weg en vanaf Oker gaat het weer over grotere wegen om onverharde wegen en te grote hellingen te vermijden. Omdat ik al drie dagen geen fruit of groente meer gegeten heb, koop ik in een supermarkt twee nectarinen, drie appels en een doosje granenrepen. Het fruit smaakt heerlijk. Tijdens de laatste etappe van vadaag gaat het fietsen weer moeizaam. Ik neem regelmatig een korte pauze. Om acht uur bel ik aan de pastorij van Blankenburg aan en ook híer mag ik weer slapen in het jeugdhuis. Na het douchen was ik mijn kleren. Omdat ik geen zin meer heb om nog het dorp in te gaan, eet ik een appel en twee granenrepen als avondmaal. Daarna schrijf ik mijn dagboek. Om tien uur installeer ik me op de zetels voor de nacht.
Uitgaven: 4,06 euro

Kuuroord Bad Gandersheim Harzgebergte Harzgebergte Jugendheim Blankenburg Kerk Blankenburg Slaapvertrek Blankenburg

Dinsdag 12 juli: Blankenburg - Staßfurt
Dagafstand 84 km - totaal 670 km

Ik heb de lat voor mezelf te hoog gelegd. Mijn moreel is erg laag omdat ik wel erg Spartaans moet leven. Het is hard, wanneer je op tijd en stond geen degelijk maal voorgezet krijgt. Tijdens mijn vorige fietstochten brachten de eetmomenten ook telkens afwisseling bij het fietsen. Om het vol te houden, moet ik daarom geld durven uitgeven aan fruit of een maaltijd. Daarbij komt nog dat ik dagetappes over te lange afstanden gepland heb. Daarom wil ik een dag Berlijn opofferen om het de komende dagen wat rustiger aan te kunenn doen. Tot slot wil ik ´s avonds vragen naar een slaapplaats en naar eten, om te voorkomen dat ik ´s avonds of ´s morgens niets te eten krijg. Om even voor negen rijd ik weg uit Blankenburg. De rit van de voormiddag stijgt en daalt nog behoorlijk en gaat zeker voor drie vierden over onverharde wegen. Het is vermoeiend fietsen en het gaat langzaam vooruit. Aan het kasteel van Ballenstedt geniet ik - mijn gewijzigde tactiek indachtig - van een heerlijke tagliatelli met champignons. Na het eten spring ik dubbel gemotiveerd op de fiets. Ik probeer wat meer aandacht te hebben voor de prachtige natuur. Een haas zigzagt een tijdje voor mij uit, een muis trippelt de weg over, een ree springt met schichtige sprongen het korenveld in en talrijke roofvogels cirkelen door de lucht op zoek naar een prooi. Het landschap is erg mooi en de wegbermen zijn getooid met kleurrijke bloemen: klaprozen, korenbloemen, dovenetels, kamille,... Het wegdek kent tal van variaties: klinkers, kleine of grote kasseien, grint, steenslag, asfalt of beton. Soms is het vrij egaal, meestal zijn er talrijke kleinere en grotere gaten. Je moet dus steeds erg geconcentreerd fietsen. Met het vooruitzicht dat ik vandaag maar 84 kilometer hoef af te malen, kan ik ook veel meer genieten. De prestatiedruk is veel minder hoog! Rond kwart over zes ben ik in Staßfurt. Je kan er niet naast de hoge kerktoren kijken. Ik word er gastvrij ontvangen door een dame die de bloemen in de kerk aan het water geven is. Ze wijst me mijn slaapplaats, brengt een schuimmatras en, hoewel ze nog druk aan het werk is, brengt ze even later al een heerlijk avondmaal: zes dik belegde boterhammen. Jonge kaas, kruidenkaas, preparé, paté! Daarbij zet ze me ook nog drie halve literflessen bier voor, want: "Het is toch zo warm vandaag". Na het wassen geniet ik van de heerlijk belegde boterhammen en een pint. Daarna schrijf ik over de gebeurtenissen van de dag in mijn dagboek. Rond acht uur kan ik even beschikken over de PC van de parochie, net genoeg om de verslagen van twee dagen in te tikken.

Kerk Staßfurt Pastorij Staßfurt

Woensdag 13 juli: Staßfurt - Oranienbaum
Dagafstand 111 km - totaal 781 km

Een heerlijk ontbijt heeft mijn gastvrouw om acht uur voor me klaarstaan! Het smaakt verrukkelijk. Na het pakken van de fiets, neem ik hartelijk afscheid. Als teken van dank, kan ik niet meer achterlaten dan een kaartje met enkele zinnen hoe ik mijn verblijf ervaren heb (wellicht in schabouwelijk Duits). Het landschap is aangenaam vlak, de fiets dendert over de betonbaantjes. Wat later volgen vlotter lopende grindwegen. Eerst volg ik de loop van de Bode-rivier, later de rustige oever van de Saale. Na 25 kilometer neem ik een eerste rustpauze. Niet veel later rijdt er voor me een goed bepakte fietser. Ik haal hem in en we raken aan de praat. Mijn tochtgenoot voor even heet Jan, is 19 jaar en woont in Aachen. Hij fietst naar Berlijn. Jan heeft een Nederlandse grootmoeder en daarom kan ons gesprek gedeeltelijk in het Nederlands en gedeeltelijk in het Duits verlopen. De vrienden van zijn klas begrijpen niets van zijn eenzame fietstocht naar Berlijn. "Ga toch naar Ibiza op het strand genieten van een biertje!" zeggen ze. "De route is zwaar, de eenzaamheid weegt soms door, maar de gesprekken onderweg, de prachtige natuur en de rust maken alles de moeite waard," vindt Jan. De tijd vliegt, de kilometers tikken aan op de teller! In Drosa wil ik wat eten op de trappen van de kerk. Na een ´Goede reis!´fietst Jan verder. Net buiten Drosa neem ik een kijkje bij het ´Großsteingrab´, een hunebed van meer dan 5000 jaar oud. Daarna gaat het vlot verder over asfaltwegen tot Dessau. Ik laat de stad voor wat ze is en fiets over onverharde wegen verder naar Oranienbaum. De laatste tien kilometer voor het stadje zijn de wegen door het bos vernieuwd. De ingenieurs die de onstabiele bovenlaag bedacht hebben, moesten voor straf dagelijks minstens twintig kilometer fietsen over de roze kiezelstenen!! Rond zeven uur kom ik in het stadje aan en na een keer vragen vind ik de katholieke kerk. In de pastorij word ik vriendelijk begroet door Frans-Jozef, pastoor op rust, en nog voor ik iets heb kunnen vragen, nodigt hij me binnen uit. Zijn bureau is een ongelooflijke chaos! Overal liggen boeken, tijdschriften, papieren en briefjes met aantekeningen. Geen plekje is nog vrij. Een stoel wordt vrijgemaakt, een hoekje van de tafel ook. Frans-Jozef schenkt me iets te drinken in een glas dat al maanden niet meer afgewassen lijkt. Maar Frans-Josef is een humoristisch en innemend man. Hij vertelt over zijn tijd als pastoor in het Duits-Duitse grensgebied. Hij laat me ook zien waar hij slaapt: op de sofa in zijn al even chaotische slaapkamer. Hij heeft al jaren geen bed meer! Zijn huishoudster wil absoluut niet dat Frans-Jozef zich inlaat met die ´vreemde kerel´ "Das kannst du doch nicht machen," hoor ik haar wel tot drie keer toe herhalen. Daarom moet ik na een gezellig uurtje kletsen op zoek naar een andere slaapplaats. Bij Frau Pfarrerin van de evangelische kerk heb ik meer geluk. Ze woont met haar man en twee kinderen in een prachtige oude villa, waarin vroeger de eigenaar van de tabaksfabriek naast de deur woonde. Ik mag eerst aan tafel schuiven voor een heerlijk avondmaal: kotelet, worstjes, een frisse groentesalade en brood met allerlei soorten beleg. Daarna neem ik een verkwikkende douche en dan nodigt Frau Pfarrerin me uit voor een glas wijn op het terras. Ik vertel over mijn fietsproject en over de school. Zij vertelt over de kerk, de school en de veranderingen sinds de Wende. Duitsland behaalde blijkbaar erg slechte resultaten in de Pisa-studie over het onderwijs. De kinderen gaan hier een halve dag naar school: van ´s morgens kwart over zeven (welk kind is dan al wakker?) tot ´s middags twaalf. Daar wil men nu echter verandering in brengen. Als de fles wijn leeg is, zo rond een uur of halfelf, ga ik slapen, voor de eerste keer sinds zaterdag in een echt bed: wat een luxe!

Langs de Saale Rustpauze langs de Saale Hunebed in Drosa Hunebed in Drosa Frans-Jozef van Oranienbaum

Donderdag 14 juli: Oranienbaum - Belzig
Dagafstand 70 km - totaal 851 km

Na alweer een heerlijk ontbijt neem ik afscheid! Frau Pfarrerin heeft het vandaag razend druk want ze vertrekt straks met 280 kinderen op kamp. De kleine Ansger komt mee kijken hoe ik de bagage op mijn fiets laad en hoe ik wegrijd. Na een vijftal kilometers asfalt, volgen weer vele kilometers grindweg, gelukkig in vrij goede staat. Aan de Bergwitzsee houd ik even halt voor een slok water en een foto. Bij kilometer 25 installeer ik me in het zonnetje aan een picknickbank voor het bijschrijven van mijn dagboek. Daar heb ik gisteren namelijk geen tijd voor gehad. Daarna gaat het vlot verder naar Wittenberg. De fiets parkeer ik in een fietsbox en daarna slenter ik door het mooie stadje om twee kerken te bezoeken. In de eerste, de Stadtkirche St.Marien, begint er net een gebedsdienst ter nagedachtenis van de slachtoffers van de aanslagen in de Londense metro. Een twintigtal gelovigen maakte op het middaguur tijd om even bij deze gruwelijke terroristische daden stil te staan. Het wordt een intiem gebedsmoment. De tweede kerk, Schlosskirche Allerheiligen, is de kerk waar Luther zijn befaamde 97 stellingen aan de poort nagelde en daarmee de grondslag legde van het protestantisme. Ze is veel mooier dan de doorsnee evangelische kerk. Rond een uur eet ik mijn boterhammen op de binnenkoer van het Cranach Haus (Cranach was een bekende schilder met een eigen academie). Daarna ga ik in de bibliotheek mijn dagboek intikken op de pc. In de tijd dat ik daarmee bezig ben, wordt er nog heel wat afgemaild tussen Saskia van Piet Roelen Management (van Helmut Lotti) en mij omdat mijn visum nog steeds niet in orde is. Laatste voorstel is dat ik het zal gaan afhalen op vrijdag 22 juli in het consulaat van Gdansk! Het moet nu zo stilaan toch echt in orde komen of anders wordt het bijnatotinsintpetersburg.opdefiets.be

Het internetten in de bieb kost me - er is geen ontkomen aan - 2,46 euro. Als ik wegfiets uit Wittenberg, begint het, wanneer ik net de stad en de bewoonde wereld verlaten heb, te regenen. Niet zo hard, maar toch zo hard dat ik de bagage in plastic inpak. De regenjas wil ik niet aantrekken, je gaat er zo in zweten. Ik fiets verder door het zachte meiregentje. Wat later begint het harder te regenen en ben ik genoodzaakt tien minuten onder een struik te schuilen. Er volgen ook een paar bliksemschichten en donderslagen. Maar een echt onweer komt er niet. Na de bui moeten er enkele ´molshopen´overwonnen worden. Vergeleken met de Alpen of de Pyreneeën stellen ze niet veel voor, maar je moet er toch maar over! De natte grindpaden maken het klimmen zeker niet lichter. In Berkau haal ik de plastic zakken terug van de fietstassen. Terwijl ik daarmee bezig ben word ik voorbij gestoken door twee wielertoeristen, Nederlanders zo zal even later blijken als ik ze inhaal. We kletsen wat en ik rijd verder. Net voor Klein Marzehns komt er een eind aan de grindwegen en gaat het een stuk sneller over asfalt. In Grubo is de weg plotseling slijkerig en hop, daar ga ik aan een matige snelheid tegen de grond. Mijn knie komt onder de fiets terecht en ik houd er een flinke schaafwonde aan over. Een man komt kijken en biedt hulp. Hij haalt verband en pleisters. Ontsmettingsmiddel heeft hij niet, dus maak ik de wonde schoon met water van de tuinslang en enkele stukken keukenrol. De wond blijkt dieper dan eerst gedacht. Maar, hup een pleister erop, verband erover en rijden maar weer. Ik fiets verder tot Belzig, eindhalte van vandaag. Het is dan zeven uur. Bij de evangelische kerk woont geen Pfarrer of Pfarrerin. Bij de katholieke pastorij geeft niemand thuis. Een paar mensen op straat kunnen of willen geen hulp bieden. Dan wil ik eerst naar de Reha-klinik om even naar mijn wond te laten kijken. Drie kilometer het dorp uit de wegwijzers volgend ben ik er nog steeds niet. Ik ben midden in het bos en heb geen flauw idee hoe ver het nog is. Ik besluit bij de pastoor aan te bellen. Die is er jammer genoeg nog steeds niet. Ik vraag een dame onderweg naar een goedkope kamer en ze wijst me de weg naar een pension. Hoe ik ook rondjes rij, dat is niet te vinden. Dan maar in een hotel gevraagd. In het eerste is men onverbiddellijk over de prijs. 41 euro. Ook in het tweede kan er geen cent af: 40 euro. Dan ga ik voor de bijl, want ik ben doodmoe, ik rammel van de honger en het is inmiddels al kwart voor negen. Na een snelle douche, kies ik op de menukaart van het hotel het goedkoopste gerecht: kippenschnitzel met rijst en groentesalade. Het smaakt heerlijk. Daarna was ik nog enkele kledingstukken op mijn kamer en om halfelf val ik uitgeput in slaap.
Uitgaven: 50,40 euro voor hotel en avondeten, 2,46 euro voor internet

Silbersee Schrijven in mijn dagboek Wittenberg Wittenberg, de Elbe Wittenberg, op het marktplein Wittenberg, marktplein met Stadtkirche Schlosskirche Dé beroemde poort van de Schlosskirche Schlosskirche, interieur

Vrijdag 15 juli: Belzig - Berlijn
Dagafstand 101 km - totaal 902 km

Om halfacht doe ik me te goed aan een uitgebreid ontbijt en daarna ga ik naar het ziekenhuis om mijn knie te laten nakijken, want de wonde heeft aan de plekken op de lakens te zien flink geëtterd. Er zit een hele rij wachtenden voor me en ik moet van de ´Schwester´ braafjes mijn beurt afwachten. Gelukkig ligt er een exemplaar van het weekblad ´Der Stern´ om de tijd te doden. Een goed uur later ben ik aan de beurt. De dokter is erg vriendelijk. Hij onderzoekt de wonde nauwkeurig. Als ik direct was gekomen had hij er een draadje kunnen doorhalen, maar vandaag kan hij het alleen nog plakken. Omdat het al jaren geleden is dat ik nog een spuit tegen tetanos gekregen heb, moet ik die nu ook opnieuw krijgen. Het zijn zelfs twee spuitjes. Daarbij moet ik in Riga nog eens opnieuw naar de dokter om een derde spuit te halen. De wonde wordt geplakt. De zuster legt er een dik pak gaasjes op, die op hun beurt weer worden vastgeplakt. Daarna volgt een groen verband en tot slot schuift de zuster er nog een elastisch netje over. Je zou denken dat ik God weet hoe erg gekwetst ben aan mijn knie! Fietsen is volgens de dokter niet erg bevorderlijk voor de wondgenezing, maar als hij in mijn plaats was zou hij verder rijden, wat ik dan ook maar doe. Tot in Ferch gaat het vandaag over extra gladde asfaltwegen door prachtige bossen. Hier komt de ligfiets pas echt tot zijn recht. Het gaat heel vlot vooruit. Hoewel ik pas tegen tien uur vertrokken ben, arriveer ik om halfeen al in Petzow, bijna 50 kilometer verder. Ik koop er een halve kilo kersen en twee tomaten als middagmaal. De kersen zijn verrukkelijk! Daarna gaat het over een heuvelachtig parcours van vaak onverharde wegen naar Berlijn, waar ik om halfzes aan de Brandenburger Tor arriveer. Ik heb onderweg al uitgekeken naar kerken om overnachting te vragen, maar bij de ene die ik gezien heb, woonde geen priester of dominee. Rond de Brandenburger Tor is het een grote bouwwerf, wat jammer voor de obligate foto! Na een kwartiertje rust zoek ik op mijn GPS de dichtstbijzijnde kerken. De dame bij de Mattheuskerk, die er net het museum sluit, lacht als ik naar een klooster of een priester vraag. "Een klooster? In Berlijn?", vraagt ze vol ongeloof. Ze wil me niet verder helpen. De volgende kerk in de buurt is de Gedächtniskirche. Het is een indrukwekkend monument: de combinatie van wat er na de bombardementen overbleef van de oude kerk met het nieuwe hypermoderne gebedshuis. De glasramen binnen zijn prachtig en centraal hangt een groot Jezusbeeld! Heel sfeervol, iedereen is dan ook heel stil in de kerk. Op een aanplakbord vind ik een adres van het Gemeindehaus. Het ligt 500 meter verder, maar er blijkt niemand te wonen. Ik besluit het noodrantsoen dat ik van iemand gekregen heb aan te spreken en op zoek te gaan naar een eenvoudig pension. Dat is in Berlijn snel gevonden. De fiets wordt naar boven gesleurd en na het inchecken en het wassen ga ik de stad in voor een goedkoop avondmaal (3,99 euro). Daarna stuur ik in een internetcafé de laatste verslagen door. Jammer genoeg kan ik er geen foto´s doorsturen. Dat hoop ik morgen te doen.

Na het intikken van mijn dagboek, woon ik in de Gedächtnisskirche een avonddienst bij. Jammer genoeg ligt de organist met 38 graden koorts in bed en moeten we het stellen met de woorden van de dominee. Toch slaagt hij erin een sfeervolle dienst op te zetten. Tegen elf uur ga ik naar bed.

Berlijn, Holocaust Memorial Gedächtniskirche Gedächtniskirche Gedächtniskirche Brandenburger Tor Berlijnse Muur Berlijnse Muur Checkpoint Charlie

Zaterdag 16 juli: Rustdag te Berlijn

Na het ontbijt, maak ik eerst een wandeling over de Kurfürstendamm. Dan zoek ik een internetcafé waar ik de foto´s kan doormailen. Internetcafés genoeg, maar nergens kan je je foto´s doormailen. Rond halfelf ga ik naar het verzamelpunt voor de New Berlin Free Walking Tour. Chris is onze hyperactieve, superenthousiaste gids, acteur en entertainer voor de volgende vier en een half uur. Hij neemt ons mee langs de bekendste plekken van Berlijn en vertelt de geschiedenis van Berlijn doorspekt met boeiende anekdotes. Hij gesticuleert, grijpt toehoorders bij de schouders, loopt van links naar rechts terwijl hij spreekt, beeldt uit waarover hij vertelt. Ongelooflijk wat een energie die man heeft, maar het blijft boeiend tot de laatste minuut. We passeren ondermeer langs de Brandenburger Tor, de Berlijnse Muur, Checkpoint Charlie, het Holocaust Memorial en het Museumeiland. De wandeling is volledig gratis, maar op het eind vraagt onze Chris wel om een fooi. Bij wijze van fooi maak ik hier wat reclame: meer info vind je op www.newberlintours.com Beslist een aanrader, mocht je ooit in Berlijn komen.

Het is bijna halfvier als we afscheid nemen van Chris. Ik ga naar de Reichstag om een kijkje te nemen van op de fantastisch mooie koepel. Daarna wandel ik langs enkele knappe staaltjes van moderne architectuur aan de oever van de Spree. Dan ga ik op zoek naar het internetcafé waar ik volgens Chris wel foto´s kan doormailen. En ja hoor, in dit café lukt het wel. Ik mail een zestigtal foto´s door en tik het vervolg van mijn dagboek in. Daarna eet ik in de McDonalds een menu voor 4,49 euro en dan gaat het per metro terug naar het hotel. Het is negen uur voorbij als ik daar aankom. Tot slot van deze vermoeiende, maar leuke dag kijk ik nog even TV, maar de oogleden worden al snel zwaar.

Café Adler Café Adler Checkpoint Charlie Onze fantastische gids Chris De enige katholieke kerk in Berlijn Humbold-Universiteit Beeld van Käthe Kollwitz Dom TV-toren Koepel van de Reichstag Koepel van de Reichstag Koepel van de Reichstag Koepel van de Reichstag Zicht vanaf de Reichstag Zicht vanaf de Reichstag Moderne architectuur Moderne architectuur Moderne architectuur Moderne architectuur De Reichstag

Zondag 17 juli: Berlijn - Kostrzyn
Dagafstand 136 km - totaal 1088 km

57,57 km staan er op de kilometerteller als ik om halfeen voor de eerste keer van de fiets stap. Niet slecht, vind ik zelf, voor een traject dat eerst twintig kilometer langs drukke verkeerswegen met enorm veel verkeerslichten loopt en daarna ook nog een gedeelte over onverharde wegen langs de Müggelsee. Ik eet mijn boterhammetjes op die ik vanmorgen in het hotel bij het ontbijt gesmeerd heb. Na de pauze begint het landschap lichtjes te glooien en kondigt de Märkische Schweiz zich aan. Gelukkig moet er niet zo veel geklommen worden als de naam van de streek doet vermoeden. Na een mooi stuk route aangelegd met Europees geld, kom ik op wel erg slechte weg terecht: losse stenen! Er valt nauwelijks te fietsen en als het bergaf gaat moet ik afstappen, omdat de fiets voortdurend uit balans raakt. Gelukkig bereik ik niet veel later een nieuw aangelegd klinkerpad. Maar daar stel ik vast dat ik een platte band heb. Gelukkig is het de band van het voorwiel, dat laat zich veel makkelijker uitnemen. "Het nieuwe fietsreparatiesetje, dat ik in het Kruidvat kocht, zal van pas komen," denk ik. Maar de plastic bandenlichters blijken niets waard te zijn! Bij het eerste gebruik breken ze over. De buitenband zit erg strak over de velg en hoe ik ook pruts, zonder bandenlichters krijg ik hem niet eraf. Een dame op wandel zegt dat er 300 meter verder een pension is en ze stelt voor daar hulp te vragen. Ze helpt me bij het dragen van de spullen. In het pension is niemand aanwezig, enkele fietsers die achter een biertje zitten hebben dezelfde bandenlichters als ik en de mevrouw achter de drankkiosk weet ook geen raad. Ik pruts dan zelf maar wat verder, zonder resultaat! Als er een familie per fiets arriveert, heeft de man gelukkig wel metalen bandenlichters bij. Met zijn tweeën krijgen we de band er wel af en is de binnenband snel gewisseld. Het hele gedoe heeft me wel meer dan anderhalf uur gekost! Het is inmiddels drie uur voorbij en ik moet nog 60 kilometer afleggen. Op asfalt gaat het vlot vooruit, maar de route gaat ook weer een eind over een zandweg waar ik de fiets moet leiden. Als ik eindelijk de Oder bereik, stil ik de grootste honger met enkele appels van bomen langs de wegkant. Jammer genoeg blijkt de dijk langs de Oder over lange afstand opgebroken! Dat betekent nog eens vier kilometer extra over onverharde wegen! Eenmaal echter op het gladde asfalt van de dijk gaat het vlot vooruit tot aan de brug over de Oder, waarover ik Polen binnenrijd. In de kerk van Kostrzyn is om acht uur net een mis begonnen. Ik blijf meevolgen om te genieten van de prachtige gezangen van een jeugdkoortje. De kerk zit goed vol en iedereen zingt en bidt vol overtuiging mee. Verder gaat het er in de viering aan toe, zoals ik me uit mijn kinderjaren herinner: talrijke misdienaars, veel knielen en rechtstaan en de hostie op de tong. Na afloop spreek ik de jongste priester aan en na veel vijven en zessen mag ik in een lokaal onder de kerk slapen. Het is er een beetje groezelig en de toiletten stinken. De priester, in soutane, zegt dat hij over een uurtje zal terugkomen om de kerkdeur te sluiten. Ik zal dan opgesloten zijn, maar geen nood: om half- zeven gaat de deur terug open voor de mis van zeven uur. De priester haast zich weg, want hij moet nog naar een afspraak. Ik besluit nog vlug in de winkel tegenover de kerk die 24 uur op 24 open is, eten te kopen: twee tomaten, twee appels, twee bananen, twee potten yoghurt en een fles cola light voor 16 zloti (ongeveer 4 euro). Als ik terugkom is de kerkdeur gesloten! Gelukkig staan er nog enkele mensen te praten en na heel veel gepalaver en gelach - niemand spreekt een vreemde taal - gaat er toch iemand de man met de sleutel halen. Ik was me, eet wat fruit en yoghurt en kruip doodmoe in mijn slaapzak.

Vallei van de Oder Op de dijk langs de Oder Oder Grens Duitsland-Polen Onderkomen in Kostrzyn

Maandag 18 juli: Kostrzyn - Miedzychod
Dagafstand 130 km - totaal 1218 km

Om halfzeven uit de veren en om kwart voor acht op de fiets, zo begint deze nieuwe dag. Het landschap is glooiend, de wegen zijn in goede staat. Onderbroken door twee korte pauzes bereik ik rond de middag een mooi plekje bij het water. Daar eet ik mijn laatste appel en in de zon geniet ik van mijn boek tot een zwaan me sissend en blazend van de steiger komt verjagen. Had ik de boeken van Maartent 't Hart niet gelezen, dan zou ik me er niet door laten verjagen, maar volgens de auteur kan een kwade zwaan je goed te pakken nemen. In de namiddag gaat het vlot vooruit, met uitzondering van vier kilometer zandweg waar ik de fiets grotendeels moet leiden. Om kwart voor zes ben ik in Miedzychod. Ik blaas eerst uit op een bank aan het meer en zoek daarna de kerk. Het is inmiddels even voor halfzeven. Begint toch niet weer een mis, zeker! Ik blijf zitten om wat te rusten en om me een beetje te bezinnen. Na de viering spreek ik de priester aan die met een man staat te babbelen. De man spreekt een beetje Duits. Ik leg uit dat ik op zoek ben naar gratis onderdak en gratis eten en dan volgt er een druk overleg in het Pools tussen hem en de priester. "Ik betaal je hotel, " zegt de man plots. Hij schrijft me de naam en het adres van het hotel op, zegt me ernaar toe te rijden en zegt ook nog dat hij zelf over vijf minuten komt. Zo gebeurt het inderdaad en hij arriveert zoals afgesproken even na mij, samen met de pastoor. Ze gaan met de hoteleigenaar voor overleg naar boven en na vijf spannende minuten is alles in orde. Ik mag er slapen en eten! Na de douche geniet ik in het restaurant van een heerlijk maal en schrijf er mijn dagboek bij. Rond halftien al draai ik het licht van de slaapkamer uit!

Middagpauze aan een meertje Middagpauze aan een meertje Middagpauze aan een meertje

Dinsdag 19 juli: Miedzychod - Pila
Dagafstand 130 km - totaal 1348 km

Tijdens het ontbijt bemerk ik iets vreemd: op het water van het meer zie ik overal kringetjes! Even later dringt het tot me door: het regent. Gelukkig is het maar een zachte meiregen. Regenkleding en extra inpakken van bagage is niet nodig. De regendruppels verdampen en ik blijf vrijwel droog. Maar na twintig kilometer begint het harder te regenen. Ik zoek een onderkomen in een bushokje. Als de bui na een kwartiertje nog niet over is, besluit ik de regenkledij en de plastic zakken voor de bagage boven te halen. Goed gewapend tegen het water rijd ik verder. Tegen de middag is de bui over. Ik stop in een dorpje en besluit enkele euro's te wisselen voor zloty's. Dat kost heel wat tijd. Eerst moet het bankbiljet gecontroleerd op echtheid. De bediende bekijkt het aandacht langs alle kanten. Daarna wordt een toestelletje bovengehaald en in het stopcontact gestoken. Een uiteinde van het biljet gaat erin en een toon geeft aan dat alles in orde is. Dan geeft de bediende alles in op de PC, vervolgens print de ouderwetse matrixprinter vijf bladzijden, moet ik mijn handtekening zetten en worden er nog een aantal stempels op de bladeren geklopt. Pas dan krijg ik de zloty's uitbetaald. Ik koop wat fruit en enkele repen Mars aan een kraampje en eet alles op op de trappen van de bank. Daarna fiets ik gezwind verder. De regenjas heb ik al uitgelaten en na een uurtje moet ook de regenbroek uit, want het wordt te warm. Tegen vier uur betrekt de lucht en plots valt het water met bakken uit de lucht en begint het te onweren. Ik breng eerst de bagage in veiligheid en daarna trek ik opnieuw de regenjas aan. Ik blijf onder een boom schuilen tot het ergste voorbij is en fiets daarna vlot verder tot Pila. Daar heb ik een afspraak bij Yvonne en Lukas, die me eerder al via e-mail onderdak aangeboden hebben. Ik geef hun adres in op de GPS en vind hun huis dan ook zonder moeite. Als ik voor de deur stop, gaat die al meteen open. We maken kennis, daarna neem ik een douche en dan mag ik aan tafel schuiven voor een heerlijke maaltijd. Yvonne en Lukas vertellen over het leven in Polen en over de fabriek die Philips in Pila heeft en die 4500 mensen tewerkstelt. Na het eten typ ik mijn dagboek in op internet. Intussen hebben Lukas en Yvonne een vuurtje gemaakt in de tuin. Bij de warmte van het vuur genieten we van de heerlijke zomeravond. Als Yvonne even naar binnen loopt, komt ze terug naar buiten met een picknickzak aan een stok. "We hebben een verrassingspakket voor je en we wilden het een beetje origineel verpakken," zegt Yvonne. Blijkt dat Yvonne mijn reisverslag goed gelezen heeft, want ze heeft tal van dingen gekocht waarover ik eerder schreef dat ik ze wel eens moest kopen omdat je ze zo makkelijk niet kreeg: fruit (bananen, appelen, nectarines), muesli (in plaats van granenrepen die hier niet te krijgen zijn), brood, vitamines (Yvonne is blijkbaar wel heel bezorgd om mijn gezondheid onderweg], pepermunt, bier en vodka. Ik ben er erg blij mee, maar vrees dat ik niet alles in mijn bagagetassen gepropt zal krijgen. Rond elf uur ga ik naar bed.

Poolse landschappen Poolse landschappen Poolse landschappen Poolse landschappen

Woensdag 20 juli: Pila - Koronowo
Dagafstand 111 km - totaal 1459 km

Voor zeven uur ben ik al druk in de weer met mijn bagage in orde te brengen, want met de regen gisteren is een en ander overhoop gehaald. Yvonne heeft ook een en ander gewassen. Is dat een luxe: terug een fris T-shirt en een frisse broek aan! 't Is direct een heel ander zicht. Bij het ontbijt overloopt Lukas nog eens de mogelijkheden om, moest het nodig zijn, vanuit Polen met een Philips-vrachtwagen terug te keren. Hij geeft me zijn mobiel nummer ingeval van nood. Even voor acht is Lukas de deur uit op weg naar zijn werk en pak ik mijn bagage verder in. Voor de drank en de muesli is er jammer genoeg echt geen plaats. Om halfnegen neem ik afscheid van Yvonne en spring - nou ja, spring? - op mijn fiets. De route volgt heel rustige wegen, heerlijk gewoon, alleen jammer dat die kleine wegen vaak ook in barslechte staat zijn. Je moet constant alert blijven op gaten en kuilen! Daarom gaat het niet zo snel vooruit. Ik pauzeer vandaag na 25, 50 en 82 kilometer en doe me te goed aan al het lekkers dat Yvonne me heeft meegegeven. De ligfiets trekt veel aandacht in Polen. Vaak komen mensen een kijkje nemen als ik ergens pauzeer. Of ze roepen me wat na tijdens het fietsen. Kinderen lachten vaak, uiten allerlei kreten van bewondering, zwaaien en zijn blij als ik terugzwaai. Dat ik de taal niet spreek is een echte handicap. In Koronowo, waar ik om vijf uur arriveer, rust ik eerst een tijdje uit op een bank op het dorpsplein. Daarna ga ik in een apotheek steriel verband halen, want mijn voorraad is bijna op. Met behulp van wijzen naar mijn knie en het woordje 'steriel' begrijpt de apothekeres al snel wat ik nodig heb. Dan ga ik op zoek naar de kerk. Koronowo heeft een prachtige barokke kerk en in de sacristie hoor ik twee mannen praten. Een ervan, een seminarist blijkt later, spreekt zeer goed Engels. Hij gaat even om toelating vragen bij de pastoor, maar dat is snel geregeld. Ik mag in een lokaal van de parochie slapen op de zetel. Avondeten mag ik op de pastorij, na de viering. Ik eet samen met de seminarist, twee priesters en nog een tweede seminarist. De pastoor kent ook een beetje Frans. Er wordt veel gelachen aan tafel en het gaat er echt gemoedelijk aan toe. Ik voel me er meteen thuis. "Le petit déjeuner est à sept heures trente', zegt de pastoor tot besluit van de maaltijd in Frans met een wel erg Pools accent. Ik neem afscheid en ga in het dorp (de stad?) in een internetcafé mijn dagboek intikken. Wanneer ik daarmee klaar ben, zoek ik op het net de gegevens van het consulaat in Gdansk. Ik schrijf een mail om mijn situatie uit te leggen, maar voor ik die kan verzenden is het sluitingsuur van het internetcafé aangebroken en begint de computer zich automatisch en onherroepelijk af te sluiten. Hoe ik ook bid en smeek, het meisje aan de kassa blijft onverbiddelijk. Terug op mijn kamer bel ik dan maar met mijn zus om te vragen of zij een mail in mijn naam wil sturen. Daarna lees ik nog wat en rond halfelf installeer ik me op de zetel.

Kerk te Koronowo

Donderdag 21 juli: Koronowo - Sztum
Dagafstand 162 km - totaal 1621 km

Om halfacht is de fiets gepakt en klop ik aan de deur van de pastorij aan voor het ontbijt. Het gaat er weer ongedwongen aan toe en er wordt veel gelachen. Ik smeer nog enkele boterhammen voor onderweg met heerlijke huisgemaakte kersenconfituur. Dan neem ik afscheid. In het rustige straatje achter de pastorij maak ik een paar proefrondjes terwijl ik de schijfremmen van de fiets bijregel. Daarna ga ik in een apotheek om zalf met streptine. Die werd me door een tante aan het thuisfront, die in een ver verleden als verpleegster werkte, aangeraden voor mijn knie. Die knie blijft immers nog steeds pijn doen en hij is nog steeds ontstoken. De verzorging van de knie door de apothekeres krijg ik er gratis bij. Als ik buiten kom, is het beginnen regenen. Regenkledij wordt bovengehaald en bagage extra ingepakt. Dan fiets ik weg. Het waait ook behoorlijk, gelukkig uit het zuidwesten, en het is behoorlijk koud. Mijn voeten zijn na verloop van tijd ijskoud. Sinds mijn vertrek draag ik immers al onophoudelijk sandalen zonder kousen. Tijdens de eerste rustpauze, na 25 kilometer, haal ik voor het eerst sokken en sportschoenen boven. Daarna gaat het verder tot Chelmno (km 50), waar ik iets na twaalven arriveer. Ik laat er pasfoto's maken, want op het web heb ik gelezen dat je er in Gdansk twee nodig hebt voor een visum. In Brussel was een foto genoeg en daarom heb ik er ook maar een bij me. Ik eet mijn boterhammen op een bank op het marktplein op. Vele mensen proberen er de opbrengst aan groenten en fruit van de eigen tuin aan de man te brengen. In de namiddag klim ik eerst uit het dal van de Wisla-rivier, maar daarna gaat het vlot vooruit tot Grundziaz. Dat is een behoorlijk grote en drukke stad. Het is niet echt leuk om ze per fiets te doorkruisen. Het begint weer te regenen en ik blijf even aan een huis schuilen. Als ik verder fiets en de stad verlaat, volgen er gelukkig weer rustige wegen. Na honderd kilometer pauzeer ik op een van de zeldzame banken onderweg. Als ik de kaart ter hand neem, lijkt Sztum nog veel verder weg dan de zestien kilometer die het volgens de dagplanning nog zou mogen zijn. Ik laat mijn GPS de afstand peilen en het blijkt nog 44 kilometer in vogelvlucht te zijn!! De moed zinkt me in de schoenen, maar ik moet verder. Gelukkig volgt de route een hele tijd het dal van de Wisla. Het blijft dus vlak en het asfalt ligt er meestal gladjes bij. Het is inmiddels wel opnieuw beginnen regenen. De lucht is helemaal grijs, erg inspirerend is het niet. Ik maal de kilometers door de regen af. Na 150 kilometer verlaat de route het dal en moet er nog even geklommen worden. Het begint al flink te schemeren. Tegen dat ik in Sztum ben, is het al zo goed als donker en ik heb onmiddellijk de politie achter mijn veren omdat ik zonder licht rijd. Ze manen me met strenge blik aan de fiets aan de hand te leiden. Ze lijken te menen wat ze zeggen, hoewel half Polen volgens mij zonder licht rijdt. Maar inderdaad, niet veel later komen ze me langzaam voorbij gereden en nog even verder staan ze te kijken of ik nog steeds te voet ga. De kerk is nergens te zien en erg ver raak ik niet meer met de fiets aan de hand. Ik ben bovendien goed nat en heb het koud. Omdat er net een hotel is, besluit ik daar in te checken. De prijs valt nog mee, een goede 100 zloty per nacht. De fiets mag binnen gestald, maar ik moet ermee door het restaurant, de keuken en allerlei kleine gangetjes naar achteren. Op mijn kamer hang ik mijn natte spullen te drogen en kleed me om. Dan ga ik naar beneden om avond te eten. Voor zo`n 30 zloty kan iedereen wel iets van zijn gading vinden op de kaart. Al wachtend op het eten, schrijf ik mijn dagboek bij. De schaslick met rijst en groenten blijkt even later een goede keuze, want het smaakt. Om halfelf ga ik terug naar boven en val als een blok in slaap in het harde bed.

Martkplein Chelmno Martkplein Chelmno Martkplein Chelmno

Vrijdag 22 juli: Rustdag: Sztum - Gdansk - Sztum per trein

Vandaag is het de dag van de waarheid. ZZal ik in Gdansk een visum op de kop kunnen tikken of niet?? Het verdere verloop van mijn fietstocht is volledig hiervan afhankelijk. Om halfnegen neem ik de bus naar Malbork (5,10 zloty) en een klein uurtje later gaat het per trein verder naar Gdansk (16 zloty). Het regent in Gdansk en ik wandel de vier kilometer langs een drukke baan naar het consulaat. Ik denk terug aan de lange rij wachtenden op straat aan het Brusselse consulaat, aan de chaos bij het bepalen wie aan de beurt was, aan de onvriendelijkheid van het personeel en aan het onverbiddelijke njet van de consul. Zelfs toen ik dreigde te blijven zitten tot ik geholpen werd en de pers belde, bleef de man ijzig kalm telkens opnieuw dezelfde zin herhalen: "Monsieur, je veux que vous quittez le territoire du consulat russe." Steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw. In Brussel wilde men me geen visum geven omdat ik geen officiële uitnodiging vanuit Rusland had. Die krijg je alleen maar als je je hotels daar reserveert, en dat was nou net niet het opzet van mijn reis. Die reservering heb ik na mijn Brusselse ervaring dan toch maar in orde gebracht en zodoende beschik ik nu wel over de juiste papieren. Als ik de hoek van de straat in Gdansk, waar het consulaat ligt, staan er gelukkig geen rijen wachtenden op straat. Er is maar een man binnen, zodoende ben ik bijna onmiddellijk aan de beurt. Als ik de man aan het loket vraag of hij Engels spreekt, vraagt hij erg nors: " We zijn in Polen op het Russisch consulaat. In Polen spreekt men Pools en in Rusland Russisch! Dus waarom zou ik Engels spreken?" Ik geef mijn papieren met een bang hartje af en hij bestudeert ze nauwkeurig. De man zucht en steunt, krabt met zijn handen in het weinige haar dat hij nog heeft, schudt neen met zijn hoofd. De aanvraagformulieren zijn voor hem blijkbaar niet goed ingevuld, dus krijg ik alles zonder veel uitleg terug. Gelukkig is de man die voor me aan de beurt was, er nog. Hij heeft alles van op afstand gevolgd en biedt me zijn hulp aan. Gelukkig spreekt hij zeer goed Engels. We bekijken de papieren, schrijven de data wat duidelijker en gaan er weer mee naar het loket. De norse man blijft zuchten en nee knikken, maar uiteindelijk blijkt het toch mogelijk me aan de nodige visa te helpen. Het zal alleen een heleboel geld kosten: 330 euro!! Jammer voor Unicef, maar zonder visum kan ik niet verder, dus ga ik eerst naar de bank om het nodige geld over te schrijven. Als ik daarna met mijn betalingsbewijs terugkom, liggen mijn papieren op me te wachten. De twee visa (een voor Kaliningrad en een voor Sint-Petersburg) zijn allebei ingeplakt in mijn paspoort en er is telkens een aankomst- en afreiskaart aan vastgeniet. Omdat ik geen hotelreservatie heb voor Metprobkoe, de etappeplaats in Rusland op 7 augustus, mag ik Rusland wel pas in op 8 augustus, de dag dat mijn hotelreservatie in Sint-Petersburg begint te lopen. Ik moet het reisschema dus lichtjes aanpassen, maar dat lijkt me het grootste probleem niet. Mijn fietstocht kan tenminste doorgaan! Als ik het consulaat verlaat, regent het nog steeds. Ik eet mijn boterhammen in een wachthokje voor de tram op. Daarna wandel ik het lange eind naar het centrum van de stad terug en bezoek enkele kerken. Dan vind ik een internetcafé waar de gebeurtenissen van de afgelopen dagen naar het thuisfront kunnen doorgestuurd worden. Jammer genoeg kunnen ook hier geen foto's worden doorgestuurd. Dan ga ik terug met trein en bus naar Sztum. Op mijn kamer eet ik de laatste restjes uit het verrassingspakket van Yvonne op. Daarna zap ik op TV langs de talloze Poolse zenders en blijf hangen bij de film `American Beauty` op de enige anderstalige post ProSieben. Ik kan de in het Duits nagesynchroniseerde film helemaal meevolgen. Is dat niet verwonderlijk voor iemand die als kind een grote weerzin had tegen het Duits en op school weinig fraaie resultaten ervoor behaalde? Wat reizen al niet vermag! Daarna blaas ik mijn luchtmatras op en schuif hem onder de lakens van het keiharde hotelbed. Zo hoop ik nog goed te kunnen slapen, maar dat is ijdele hoop: beneden begint de jeugd immers aan het weekend en de muziek staat zeer luid!

Gdansk Gdansk Gdansk Gdansk Gdansk Gdansk Gdansk Gdansk Gdansk

Zaterdag 23 juli: Sztum - Frombork
Dagafstand 103 km - totaal 1724 km

Als ik om halfzeven opsta en buiten kijk, dan schijnt de zon! Met dubbel zoveel enthousiasme sla ik aan het pakken. Na het ontbijt reken ik af: ik kan er nog 40 zloty voor het goede doel vanaf pingelen. Om kwart over acht fiets ik weg. Het eerste deel volgt weer een glooiend parcours, maar de laatste tien kilometer voor Elblag zijn vlak, Ik lijk wel in de Nederlandse polders terechtgekomen. Om stipt twaalf uur rijd ik met zestig kilometer op de teller Elblag binnen. Ik koop wat fruit en drank. Vanwege de dreigende `turista` laat ik het kraanwater achterwege en ben ik overgeschakeld op flessenwater. Na het eten van de boterhammen die ik in het hotel gesmeerd heb en van enkele nectarinen, gaat het verder door wat volgens de routegids weer vlakke polders zouden zijn. Maar het tegendeel is waar. Er volgt weer een heuvelachtig parcours met beklimmingen tot 150 meter. Op zo`n heuveltop krijg ik zicht op de landtong, maar dat wordt al snel door een regenbui in de verte aan het zicht ontrokken, Niet veel later begint het te druppelen en ik pak de bagage in en trek mijn regenjas aan. De regenbroek laat ik nog achterwege, want zo hard regent het niet. Enkele kilometers verder gaan de hemelsluizen open. In een oogwenk ben ik nat tot op mijn onderbroek. Op de weg vormen zich grote plassen en rivieren. Die kunnen verraderlijke kuilen verbergen. Daarbij dreigt steeds het gevaar een flinke douche te krijgen van voorbijrijdende auto`s. Toch fiets ik verder, ik ben immers toch nat. Het blijft de verdere weg tot Frombork regenen, zij het minder hard. Rond vier uur ga ik op zoek naar een slaapplaats. Bij de kerk noch bij de kathedraal vind ik een priester. De dame aan de kassa van de kathedraal verwijst me naar een huis van Caritas iets verderop. Vol spanning bel ik aan. Een jonge vrouw die vlot Engels spreekt komt open doen en laat me binnen in afwachting dat haar broer-priester, die bij Caritas werkt, thuiskomt. Die broer woont samen met zijn ouders in wat later blijkt het huis te zijn waar Copernicus geleefd heeft. De vrouw heet Ywona en is met haar man Kazimier en dochter Clara met vakantie. Koffie wordt gezet, koekjes worden bovengehaald en ik kan een beetje opdrogen bij een gezellige babbel in het piepkleine keukentje. De familie heeft in het huis een aantal kamers opgeknapt, de rest moet nog volgen. Het geheel vormt een doolhof van gangen en kamers. Ywona vertelt over de geschiedenis van Polen en ik probeer haar zo goed mogelijk uit te leggen hoe ons ingewikkelde landje in elkaar zit. Als de broer-priester thuiskomt, verneem ik dat ik in het huis ernaast zal kunnen slapen. Dat wordt door Caritas als bivakhuis gebruikt. Vooraleer we avondeten, maken Iwona, Kazimier, Clara en ik nog eerst een wandeling door Frombork. Als lerares Engels kan Iwona me makkelijk uitleg geven bij wat er te zien is. We wandelen langs de kathedraal, het standbeeld van Copernicus en het museum. De kathedraal is gebouwd in baksteengotiek en is binnen rijkelijk versierd. Avondeten doen we in de woonkamer. Er is brood, kaas, vlees, tomaat en augurk. Polen drinken vaak thee, ik kan het slappe goedje eigenlijk niet smaken. Maar ik ga het drankje deze reis nog leren appreciëren, want voor de zoveelste keer deze reis kan ik niet aan de thee ontkomen. En naar het schijnt moet je iets een keer of twintig geproefd hebben om de smaak ervan te kunnen waarderen. Na het eten gaan we samen naar het bivakhuis. Dat blijkt pas gerenoveerd en is tip top in orde. Ik heb bovendien geluk: een groep kinderen is vandaag vertrokken en de volgende groep arriveert pas maandag. Het zijn echt de armste kinderen van Polen die hier van hun vakantie komen genieten. Eva, de verantwoordelijke, is in het dagelijkse leven net als ik directeur van een katholieke basisschool. Ze komt hier tijdens haar vakantie als vrijwilliger werken. Ze heeft net haar broer en schoonzus op bezoek. Die hebben vijftien jaar in Keulen gewerkt en geleefd. Het wordt nog een gezellige avond met wijn, thee en gebak!

Poolse gastfamilie in Frombork

Zondag 24 juli: Frombork - Kaliningrad
Dagafstand 75 km - totaal 1799 km

Om kwart voor acht zit ik aan het ontbijt met Ywona, haar gezin en haar broer. We maken enkele foto`s en wisselen adressen uit. Rond halfnegen volgt het afscheid en fiets ik verder. Gelukkig is het weer beter vandaag: het is half bewolkt en een stuk warmer. Na een uurtje ben ik aan de Russische grens. Eerste slagboom: paspoortcontrole. Tweede slagboom: paspoortcontrole! Derde slagboom: paspoortcontrole en invullen van een aankomst- en vertrekformulier. Daarna zegt de man in uniform: "Warten!" Waarop of hoelang vertelt hij er niet bij. Er gebeurt niets meer, ook de auto's staan stil en wachten. Na een tijdje komt er een bus. Ze stopt net naast me. De douanier stapt op en wijst even later naar mijn fiets en naar achteren. Ik begrijp dat ik met mijn fiets achter de bus moet gaan staan. Achteraan de bus gaat de deur open en wordt mijn fiets naar binnen gehesen. Gelukkig heb ik in de routegids gelezen
dat afhankelijk van de douaniers fietsen al dan niet is toegelaten in het grensgebied. Blijkbaar is fietsen vandaag niet toegelaten en heeft de douanier geregeld dat ik met de bus meekan. Enkele honderden meter verder moeten we allemaal uit de bus en is er opnieuw paspoortcontrole. Dit keer gebeurt dat erg grondig. De dame achter het loket controleert nauwkeurig of de foto in het paspoort en de persoon die voor haar staat wel voldoende gelijkenis vertonen. Dan volgen de verlossende stempels en mag ik verder. We stappen terug de bus op. Die rijdt nog tot het eerstvolgende dorp. De chauffeur vraagt wel 10 zloty voor bewezen diensten, die ik hem moeilijk kan weigeren. Ik besluit langs de grote weg naar Kaliningrad te fietsen. Die is op zondagmorgen niet zo druk en bijzonder goed geasfalteerd. Het gaat dus vlot vooruit. Na twintig kilometer Rusland pauzeer ik in een bushokje om de boterhammen die ik vanmorgen gesmeerd heb op te eten. Ik heb ook nog een nectarine van gisteren. Die smaakt! Dan volgen de laatste vijftien kilometer naar Kaliningrad. Het verkeer wordt drukker en drukker. In de stad zelf is het wegdek bijzonder slecht: de kasseien liggen wel erg ongelijk. Ik neem de fiets aan de hand en nadat ik een vijftal keer de weg gevraagd heb aan de talrijk aanwezige taxichauffeurs geraak ik eindelijk op de Marshal Vaselevsky Square. Ik loop het grote plein rond maar kan geen Guesthouse Olympic vinden. Een Russische jongen zegt dat er maar een hotel is op het plein: hotel Dona. Ik ga er binnen, maar er is geen reservatie op mijn naam. De receptioniste is zo tegenwoordig van geest en zo vriendelijk om even naar hotel Olympic te bellen, dat een heel eind verder aan een andere straat ligt, om na te vragen of zij een kamer voor me hebben gereserveerd. Inderdaad, zo blijkt. Het meisje achter de balie tekent op een stadsplannetje de weg uit en ik fiets ernaar toe. Het is een mooi hotel, nog maar drie jaar oud en voorzien van alle comfort. Ik slaap een uurtje en trek dan de stad in, het is inmiddels zeven uur, om geld te wisselen en iets te eten. "Geld wisselen", zo vertelt men mij aan de receptie, "kan je in City Centre." Dat is een gloednieuw winkelcentrum voor de rijkere Russen naast het hotel. Ik laat 50 euro en 70 zloty wisselen in roebels. Dan trek ik verder de stad in op zoek naar een restaurant, want het is van donderdag geleden dat ik nog een warme maaltijd gegeten heb. Na een kilometertje wandelen vind ik een geschikte gelegenheid. De menukaart is echter eentalig Russisch. Dus moeten er de nodige geluiden en gebaren gemaakt worden om duidelijk te maken wat ik wil eten. Uiteindelijk krijg ik een stuk gegratineerd rundvlees met rijst en een beetje groenten voorgezet. Het smaakt heerlijk: honger is toch echt wel de beste saus. Na het eten schrijf ik mijn dagboek bij. Ik kuier terug naar het hotel, maar loop nog eerst even de supermarkt binnen voor een fles water en wat fruit. Bij het hotel staan twee brandweerwagens voor de deur van het aquapark dat aan het hotel verbonden is. De receptioniste zegt dat er een kleine brand geweest is en dat er nog een tijdje geen elektriciteit zal zijn in het hotel. Ik installeer me dus op mijn kamer met mijn boek bij het open raam. Als het donker wordt buiten is er nog steeds geen elektriciteit. Er rest me dus niets anders dan te gaan slapen.

Kaliningrad Kaliningrad Kaliningrad

Maandag 25 juli: Kaliningrad - Nida
Dagafstand 90 km - totaal 1889 km

Het ontbijt in dit Russische hotel biedt keuze tussen blini (pannenkoekjes), worstjes, brood, kaas, charcuterie, tomaat, augurk en daarnaast ook zoetigheid, o.a. appeltaart en appelflappen. Keuze te over dus. Ik smeer ook een paar boterhammen voor onderweg. Om kwart voor negen fiets ik weg. Het verkeer in Kaliningrad is hectisch druk. Gelukkig ligt het asfalt van de weg naar Zelenogradsk er gladjes bij. Het is soms moeilijk om als fietser voldoende ruimte te krijgen op deze drukke vierbaansweg. Je moet daarbij ook steeds alert blijven op putdeksels die tien centimeter lager liggen dan het wegdek. Voorbij de ringweg wordt het iets rustiger en voorbij de afslag naar het vliegveld is er nog iets minder verkeer, maar de staat van de weg, nu een gewone tweebaansweg, wordt ook weer wat minder goed. Om halfelf ben ik in de badplaats, die volop gerenoveerd wordt. Op de dijk trek ik een paar foto's en dan gaat het verder over de landtong Kuhrische Nehrung. Een fietser moet maar liefst 260 zloty tol betalen. Het is er wel heerlijk fietsen, veelal tussen de dennenbomen. Als je even de weg verlaat, heb je daarenboven prachtige uitzichten, aan de ene kant over de Baltische zee, aan de andere kant over een binnenzee. Na 48 kilometer houd ik halt en installeer me op het strand voor het middagmaal. Het is een vrij smal zandstrand dat behoorlijk steil in zee afloopt. Het is er zalig rustig. Buiten mezelf zijn er nog twee families en dat is het. Verder niemand! Ik blijf nog wat lezen in mijn boek. Rond kwart over twaalf fiets ik verder. Het gaat goed vooruit. Om twee uur pauzeer ik nog een keer om een beetje te lezen en om mijn dagboek bij te schrijven. Daarna ben ik al snel aan de grens, waar ik deze keer maar een kwartiertje tijd verlies bij de verschillende controles. Even later al kom ik aan in Nida, een mooie badplaats met veel frisgeverfde houten huisjes en de nodige toeristische voorzieningen. Ik slenter door de stad op zoek naar een slaapplaats. Zo kom ik aan de kerk, die heel bijzonder is. Door de grote glasramen en de ligging op een heuvel, heb je een panoramisch zicht op de omgeving. Ik vraag naar de pastoor en iemand wijst me het appartementsgebouw waar hij zou wonen. De man heet Rima. Je kan die flatgebouwen zo maar in en uit lopen. Er zijn geen parlofoons of automatische deuropeners. Ik loop dus binnen, maar bij geen enkele deurbel staat een naam. Na enkele keren vragen is er een dame bereid me voor te gaan tot bij zijn deur. De zielenherder is echter niet thuis. Ik stap
dan naar het VVV-kantoor en leg er de bedoeling uit van mijn reis. Kunnen zij me niet aan gratis onderdak helpen? "Het hoogseizoen hier is maar kort, ik vrees dat gratis nu niet kan," zegt een van de meisjes achter de balie. "Dan maar een zo goedkoop mogelijke kamer'" opper ik. Een van de meisjes begint te telefoneren en na een lang gesprek zegt ze dat ze een gratis kamer voor me heeft. Ze schrijft het adres op een briefje en wijst me de weg. Ik vind de plek al gauw. De deur staat open, ik kijk binnen en zie in het halfdonker een plaats met veel rommel en veel poezen. Het ruikt er niet bepaald fris. Op mijn roepen komt er een oud vrouwtje aangestommeld. Ze loopt erg voorovergebogen, terwijl ze voortdurend "oeie-oeie-oei" zegt. Ze spreekt gebrekkig Duits, terwijl ze me voorgaat naar de kamer. Er staan vier oude, onopgemaakte bedden met kussens en dekens erop, een oude tafel met een paar stoelen en een krakkemikkige kast met enkele borden, kopjes en een oud elektrisch vuurtje. Ik vraag me af wanneer hier de laatste toeristen nog geslapen hebben. De wastafel is buiten en de kleindochter gaat me door de tuin voor naar het toilet: een houten hok met een gecementeerd gat in de grond. Voor het goede doel moet je iets over hebben, dus besluit ik me te installeren. Even later komt het vrouwtje me roepen: "Essen! Fisch!" Een vriend heeft gerookte vis meegebracht en we installeren ons op de tuinstoelen die in een ver verleden ooit wit geweest zijn. De kleindochter haalt nog wat oud brood te voorschijn en zo genieten Egidius en ik van ons avondmaal. Het vrouwtje, Aldona, zit erbij en kijkt ernaar. Ze eet niet, maar rookt een sigaret. Egidius spreekt een beetje Engels en we converseren in drie talen: Engels, Duits en Litouws. Het vrouwtje wenst me goedenacht (terwijl het nog maar halfzes is) en gaat weg. Egidius haalt nog een watermeloen en een zak gedroogd fruit. Hij werkt in Vilnius bij de Munt en maakt er medailles. Op zijn GSM laat hij me fier een paar foto's zien van zijn werk. Dan moet hij plots naar zijn familie. Ik wandel het dorp in. In de apotheek koop ik een nieuwe windel, tape en compressen, in de supermarkt fruit, water en madeleines en granenrepen als ontbijt voor morgen. Daarna schrijf ik op een bank verder aan mijn dagboek. Ik geniet er van de mooie zomeravond, van het kijken naar de voorbijslentererende toeristen en van mijn boek. Terug thuis zit Egidius weer buiten vis te eten en bier te drinken. Zijn vrouw Rasa is er nu ook bij. Ze wil me absoluut koffie of thee zetten, maar omdat ik niet zeker weet of ze het water wel laten koken, sla ik het aanbod vriendelijk maar kordaat af. Er komt nog kaas en gedroogd fruit op tafel. Ik geef de Litouwers wat meer uitleg over het project en op de kaart bekijken we de route. Als zij rond halftien nog eens gaan wandelen, blijf ik buiten nog wat lezen. Een uurtje later ga ik naar bed.

Zelenogradsk Zelenogradsk Baltische Zee Baltische Zee De weg over de Kuhrische Nehrung Rustpauze op de Kuhrische Nehrung Kerk Nida Kerk Nida Nida Nida Nida Slaapkamer Nida Badkamer Nida

Dinsdag 26 juli: Nida - Sventoji
Dagafstand 96 km - totaal 1985 km

Om zeven uur word ik gewekt door het ingesteld alarm van mijn GSM. Ik heb heerlijk geslapen. Het heeft vannacht geregend en het is nu grijs en nevelig buiten. Twee granenrepen en twee madeleine-koekjes vormen samen met een halve liter water mijn ontbijt. Ik neem afscheid van Aldona en Egidius en begin om acht uur aan een nieuwe fietsetappe. Ik kies ervoor om langs de grote weg te fietsen. Ik veronderstel immers dat het er op dit vroege uur nog behoorlijk rustig zal zijn en dat het wegdek in goede staat verkeert. Dat blijkt ook zo te zijn. In Juodkrante moet ik naar het toilet. Daar was ik vanmorgen, gezien de primitieve omstandigheden nog niet geweest. Daarom, en omdat ik nog honger heb, eet ik op een terras een klein ontbijt. Zo kan ik ook van het aanwezige sanitair gebruik maken. Ik schrijf er ook het vervolg in mijn dagboek. Van het ontbijt neem ik nog een paar boterhammen mee voor onderweg. Na 49 kilometer steek ik met de veerpont de binnenzee, die hier op zijn smalst is, over naar Klaipeda. Gelukkig is het oversteken in de richting van de grote stad gratis. In de andere richting moet wel betaald worden. Om de stad uit te raken moet ik eerst weer langs wegen met druk verkeer. Dan zoek ik een rustiger weg, parallel met de kust, op. Dat fietst veel aangenamer. Onverwacht kom ik toch weer uit op de drukke A13. Uit noodzaak volg ik die vierbaansweg dan maar over vijf kilometer. Dan gaat het gelukkig weer over rustiger weg en bij toeval vind ik voorbij Palanga een fietspad vlak langs het strand, waar het heerlijk fietsen is tot Sventoji. De hoge kerktoren zie je daar al van verre liggen. Als ik daar aankom. blijkt de kerk gesloten. Op het terrein rond het moderne gebouw liggen er een twintigtal chaletjes. Er is net een jeugdkamp ten einde. Ik slenter wat rond op zoek naar een secretariaat of iets dergelijks. Naast het terrein vind ik een huis met een bordje naast de deur. Natuurlijk begrijp ik niets van het Litouws dat erop staat. Ik bel dan maar op goed geluk aan. Een meisje komt opendoen. Ze spreekt Engels noch Duits en als ik gebaar dat ik een slaapplaats zoek, schudt ze ontkennend het hoofd. Bij de bus met vertrekkende kinderen spreek ik iemand aan die gelukkig wel Engels spreekt. Hij loopt met me terug naar het huis van daarnet en na een kort gesprek met het meisje is er nu wel plaats. Ze gaat me voor naar een chalet. Elk huisje heeft twee deuren met achter elke deur een klein kamertje. In het mijne staan er twee bedden, een kast, een koelkast en drie stoelen. Het toilet is gemeenschappelijk en stinkt verschrikkelijk. De gemeenschappelijke wasgelegenheid is gelukkig in betere staat. Ik ga het dorp in en in de bieb tik ik in anderhalf uur de verslagen van de voorbije drie dagen in. Daarna wandel ik verder het dorp in. Daar is een soort permanente kermis met allerlei attracties, eetstandjes en allerhande restaurants met live muziek. Er is een massa volk op de been. Ik heb inmiddels flinke honger en omdat fietsen zonder eten nu eenmaal onmogelijk is, eet ik een eenvoudige maaltijd op restaurant. Terug op de kampplaats blijf ik buiten nog wat lezen. Rond tien uur ga ik slapen. Maar de kermismuziek, het gebabbel van de buren, de vloer die beweegt bij iedere stap die de buren zetten en een laat SMS-je van een collega zullen me nog vaak uit mijn slaap halen.

Haven Klaipeda Haven Klaipeda Haven Klaipeda Haven Klaipeda Baltische Zee Baltische Zee Baltische Zee Slaapplaats Sventoji Kerk Sventoji Kerk Sventoji Kerk Sventoji Sventoji

Woensdag 27 juli: Sventoji - Aizputé
Dagafstand 116 km - totaal 2101 km

Voor zeven uur ben ik al aan het pakken en na het nuttigen van een appel en twee granenrepen ga ik op weg. De A11 is heerlijk rustig zo 's morgens om acht uur. Na acht kilometer mag ik na een vluchtige blik in mijn paspoort Letland binnen. Ik fiets verder langs deze lange weg, meestal aan weerszijden omgeven door dennenbos. Er is niet zo veel te zien en zo is het echt wel kilometers vreten deze voormiddag. Na veertig kilometer, steeds langs diezelfde A11, kom ik in het dorp Nica. In een supermarkt koop ik wat brood, kaas en fruit om de dag mee door te komen. Betalen met Litouws geld of euro's kan niet. Een Visa-kaart aanvaardt men wel, zelfs voor zo'n klein bedrag. In het restaurant ertegenover, waar ik twee koffies drink om van hun sanitair gebruik te kunnen maken, hetzelfde verhaal. Ik schrijf mijn dagboek bij en fiets verder. Aangesterkt door de koffie, de boterhammen en door de wind die voornamelijk in de rug waait, gaat het in snel tempo verder tot voorbij Liepaja. Als ik de A8 verlaat en de P112 neem richting Aizputé gaat het landschap opnieuw licht glooien. Maar ik kan de beklimminkjes makkelijk aan. Na 85 kilometer houd ik nog eens halt om een beetje te eten en dan gaat het aan hoog tempo verder. Regelmatig zwaait iemand uit een autoraam of steekt een passagier een opgestoken duim naar buiten. De zeldzame fietstoeristen die uit de tegenovergestelde richting komen, groeten steevast. Veel voetgangers glimlachen, zwaaien of roepen iets. Om vier uur ben ik in Aizputé. Ik fiets eerst langs twee kerken, maar vind er niemand. Dan trek ik mijn stoute schoenen aan en ga binnen in wat ik denk dat het stadhuis moet zijn. Er zijn negen deuren en ik klop aan die deur waar een bordje op hangt met een woord dat op ons woord 'secretariaat' lijkt. De dame die de deur opendoet, spreekt Engels en slaat na mijn verhaal aan het telefoneren. Uiteindelijk blijkt gratis slapen niet mogelijk, maar er is wel een soort jeugdherberg waar ik voor drie lat terechtkan. Ik fiets ernaar toe en een dame staat me buiten al op te wachten en zwaait 'Hier is het!' Ze spreekt geen enkele vreemde taal, dus verloopt de communicatie moeizaam met gebaren. Ze laat me twee kamers zien: een ruime met king size bed, tv, zithoek en badkamer en daarnaast een kleine met twee bedden, een tafeltje met stoel en een kast. "Welke kies je?" vraagt de dame. Als blijkt dat de grote kamer 15 lat (22,50 euro) kost en de kleine 3 lat (4,50 euro) is de keuze snel gemaakt. Ik installeer me en geef daarna mezelf en een paar kledingstukken een grondige schrobbeurt, want dat is gezien de primitieve omstandigheden van de voorbije dagen al enige tijd niet meer gebeurd. Avondeten kan ik nog met de mondvoorraad die ik vanmorgen kocht. Daarna wandel ik de twee kilometer terug naar het dorp. Ik trek er enkele foto's van typisch Letse huizen en van een stemmig kerkje. In de supermarkt koop ik water, kaas en brood om morgen de dag mee door te komen. Op een bank schrijf ik mijn dagboek bij. Ik eindig de dag met het lezen van enkele hoofdstukken in mijn boek 'De boekhandelaar van Kaboel' dat het leven van vrouwen onder het Talibanregime in Afghanistan beschrijft.

Lets landschap Letse wolkenlucht Typische huizen Kerkje Aizputé Kerkje Aizputé Kerkje Aizputé

Donderdag 28 juli: Aizputé - Tukums
Dagafstand 137 km - totaal 2238 km

Om kwart over acht, na het ontbijt op mijn kamer, fiets ik Aizputé uit. De eerste tien kilometer schieten snel op, daarna wordt het een beetje heuvelachtiger. Toch blijft het goed opschieten. Ik geniet van het prachtige Letse landschap. In Kuldiga, na 43 kilometer, komt een jongeman van de toeristische dienst me spontaan helpen als ik op het stadsplan de weg zoek. Ik verpoos er op zijn aanraden even aan een waterval(letje). Daarna gaat het richting Sabile en Kandava. Bij kilometer 76 houd ik nog eens een eetpauze en bij kilometer 102 bereik ik Kandava, normaal het eindpunt van de etappe van vandaag. Ik ben alweer door mijn mondvoorraad heen en sla wat proviand in in de supermarkt. Ik besluit nog zo'n 30 kilometer verder te rijden naar Tukums. Daarvoor moet ik een elftal kilometer de E22 volgen. Dat is gelukkig maar een tweebaansweg met niet al te veel verkeer. De eerste vijf kilometer zoef ik aan een snelheid van bijna 30 kilometer per uur over de snelweg. Als het vervolgens gaat stijgen, daalt het tempo. Nog net voor vijf uur (sluitingsuur) ga ik het stadhuis van Tukums binnen. Daar verwijst men me naar de toeristische dienst. Gratis overnachten is volgens die dienst echt onmogelijk, hoe ongelukkig ik ook kijk. Voor vijf lat kunnen ze me wel onderdak bezorgen. Ik wil toch nog eerst even naar de priester op zoek gaan, maar moet onverrichter zake terugkeren. Op de toeristische dienst wijst men me dan de weg naar Sveikuli aan de rand van een meertje in het bos. Als ik op weg daarnaar toe voorbij het ziekenhuis kom, besluit ik daar binnen te gaan voor mijn tweede tetanosprik. De receptioniste brengt me naar de dienst spoedgevallen waar ze met vieren uitgebreid het inentingskaartje dat ik in Belzig meekreeg, bediscussiëren. Het kaartje gaat rond van de ene hand in de andere. Dan wordt er telefonisch overleg gepleegd. Alles gebeurt in het Lets, want niemand spreekt een vreemde taal. Uiteindelijk krijg ik een spuitje. Daarna buigt men zich met tweeën over de papieren. Het vergt zeker tien minuten eer die in orde zijn, want op mijn ziekteverzekeringskaart staat nergens E-111, terwijl er dat volgens hen wel degelijk op moet staan. Ondertussen heb ik zeker al een keer of vijf naar mijn knie gewezen met de vraag of iemand er naar kan kijken, maar de papieren zijn blijkbaar belangrijker. Als alles is ingevuld, komt een van de dames terug en... mirakel, mirakel... alsof de Heilige Geest is neergedaald, spreekt ze plots vlot Frans. Ze vertelt dat er op dit moment geen dokter aanwezig is die bevoegd is om naar mijn knie te kijken en dat ik morgenvroeg moet terugkomen. Ik fiets verder naar mijn slaapplaats en buiten het centrum eindigt het asfalt en moet ik over een gravelweg. Het gaat moeizaam, ik verlies meermaals het evenwicht en moet sommige gedeeltes de fiets aan de hand nemen. Ik prijs me gelukkig dat ik de voorbije dagen de gravelwegen steeds gemeden heb en consequent voor asfalt gekozen heb. Tegen zeven uur ben ik aan huize Sveikuli. Ik krijg een kamertje met gemeenschappelijk sanitair voor geen vijf, maar zes lat. Ik ben op dit moment de enige gast en installeer me buiten op het terras om wat nog rest van mijn proviand op te eten: brood, kaas, yoghurt en water. De rest van de avond breng ik door met lezen en luieren.

Waterval Kuldiga Brug Kuldiga Slaapplaats Tukums

Vrijdag 29 juli: Tukums - Riga
Dagafstand 89 km - totaal 2327 km

Om acht uur fiets ik terug naar het centrum van Tukums en vind er na enig zoeken een 'Konditorija'. Ik drink er koffie en eet een paar broodjes als ontbijt en koop nog een fles water voor onderweg (1,38 lat). Ik schrijf er ook verder aan mijn dagboek. De uitbaters kijken wel vreemd als ik daar zo verwoed zit te schrijven. Misschien denken ze wel dat ik een verslag over hun zaak schrijf, maar als een controleur van Michelin zal ik er toch niet uitzien. Daarna fiets ik langs een rustige en mooie weg tot aan de kust in Klapkalnciems. Dan gaat het langs de P128 richting Jurmala, maar ik neem eerst nog een pauze op het strand. Twee Nederlanders hebben er hun tent opgeslagen en we maken een praatje. Ze zijn met autovakantie in Letland en Litouwen, pas aangekomen in Riga. In Jurmala wordt het verkeer alsmaar drukker. Af en toe is er een fietspad, maar vaak ook niet. Na 54 kilometer, het is dan halfeen, rammel ik van de honger en eet in een café een kop champignonsoep, drie boterhammen met hesp en een koffie. Voorbij Jurmala volgt de route een rustig fietspad door de natuur langs een spoorlijn. Bij een industrieterrein houdt het fietspad op en zo kom ik in het drukke stadsverkeer van Riga terecht. Bij de eerste benzinepomp koop ik een stadsplan van Riga. Het hotel ligt helemaal aan de andere kant van de stad. Het verkeer is erg druk en er zijn talloze verkeerslichten. Als ik op het voetpad fiets, moet ik voortdurend stoepranden op en af en slalommen tussen voetgangers die helemaal niet bedacht zijn op fietsers. Als ik op de rijweg fiets, is het voortdurend mijn plaats opeisen tussen al die auto's en vrachtwagens ervoor zorgend dat ik niet van de weg word afgedrukt en daarbij ook nog de putten van de riooldeksels ontwijkend. Ik fiets het centrum van Riga uit en de weg gaat steeds meer op een snelweg lijken. Waar blijft het hotel nu toch?? Net als ik de stad en de buitenwijken uit ben, zie ik in de verte aan de andere kant van de snelweg een hotel. Het is een beetje zoeken hoe ik ernaar toe moet fietsen, maar uiteindelijk geraak ik er toch. Ik heb van Klasse, het onderwijstijdschrift voor leerkrachten, drie dagen in dit hotel aangeboden gekregen. Daar ben ik erg blij mee, maar het valt me - eerlijk is eerlijk - een beetje tegen: zo ver buiten de stad, langs een snelweg, buiten het hotel valt er niets te beleven en op de kamers is het verschrikkelijk warm. Gelukkig is er een bushalte vlak voor het hotel. Nadat ik me heb opgefrist neem ik voor 0,30 lat de bus naar het centrum. Bij het centraal station eet ik een broodje kaas voor 2,05 lat. Daarna tik ik in het internetcafé vlakbij de verslagen van de laatste vier dagen in. Als ik daarmee klaar ben, is het al halfnegen. Ik wil om halftien de bus terug naar het hotel nemen, dus heb ik nog even de tijd voor een wandeling door nieuw Riga. Ruim op tijd ga ik op zoek naar de vertrekhalte van de bus. Ik ben daarstraks afgestapt in een eenrichtingsstraat en kan nu dus niet aan dezelfde halte opstappen. Met behulp van enkele aardige inwoners van Riga (hoe noem je die eigenlijk: Rigalezen, Rigaers, Rigerianen,...?) vind ik de 'autoosta' waar de bus moet vertrekken. Daar zie ik tientallen bussen met internationale bestemmingen klaarstaan voor vertrek. Twee buschauffeurs kunnen me niet zeggen waar mijn bus vertrekt. Ik wandel en zoek verder. Ook enkele taxichauffeurs kunnen me niet helpen. Of willen ze niet, omdat ze me liever met de taxi willen brengen? In elk geval zie ik nog geen honderd meter verder de bus net wegrijden!! De volgende bus vertrekt pas tegen elf uur en zo lang wil ik niet aan de halte blijven wachten. Ik besluit dus een stuk van de weg terug te wandelen. Pas een kilometer of vijf verder vind ik voor het eerst een bushalte waar ook de nummers van de bussen die ik kan nemen vermeld staan en waar ik dus zekerheid heb dat de bus zal stoppen. Het is inmiddels halfelf voorbij en donker. In het bushokje zit nog een man te wachten. Hoewel hij alleen Lets spreekt, weet hij me toch duidelijk te maken dat hij me daarstraks heeft zien fietsen. Om kwart over elf komt de bus er eindelijk aan en een kwartiertje later ben ik aan het hotel. Daar kruip ik meteen in bed.

Snelweg langs hotel Bergi Stadhuis Riga Riga, oude stad Panorama over de oude stad Panorama over de oude stad Panorama over de oude stad Panorama over de oude stad

Zaterdag 30 juli: rustdag te Riga

Om negen uur neem ik de bus naar de stad en een goed half uur later ben ik in oud Riga. In de gratis gids 'Riga this week' vind ik een stadswandeling uitgeschreven. Ik wandel langs tal van bezienswaardigheden: de Sint-Pieterskerk, de dom, de kruittoren, het kasteel,... De oude stad is werkelijk prachtig. Van op de toren van de Sint-Pieterskerk heb je bovendien een prachtig panorama over oud Riga en wijde omgeving. Op een terrasje bestudeer ik de verdere fietsroute tot de Russische grens. Die wil ik anders indelen. Omdat ik volgens mijn visum Rusland een dag later binnen mag dan gepland, heb ik immers een dag meer om Estland te doorkruisen. Anderzijds moet ik nu wel op een dag van de Russische grens tot in Sint-Petersburg zien te geraken en dat is een beetje te ver (zo'n 150 km). Theoretisch moet dat wel haalbaar zijn, maar bij de minste tegenslag (slecht weer, tegenwind, lekke band, slechte wegen) kan je zo'n afstand onmogelijk halen. Hoe ik dat zal oplossen, zal ik later nog wel uitzoeken. Ik wandel verder en tegen een uur geniet ik op een terrasje nog eens van een heerlijke warme maaltijd. Dat is al weer drie dagen geleden. Daarna ga ik op zoek naar een boekhandel voor een reisgids over Sint-Petersburg en voor een kaart van Leningradskaja Oblast (de provincie Leningrad, waarin Sint-Petersburg ligt). Het is wel enige tijd zoeken eer ik vind wat ik nodig heb. Daarna stuur ik in een internetcafé de foto's van de afgelopen twee weken door. Ik lees er ook in een e-mail van Cor Leurs, vrachtwagenchauffeur uit Bree, dat hij me met de vrachtwagen zal ophalen aan de Fins-Russische grens. Het is een pak van mijn hart dat de terugreis nu in orde lijkt te komen. Hoe ik vanuit Sint-Petersburg aan de grens raak, zie ik nog wel. Als ik terug buiten kom, begint het te regenen, eerst zachtjes, later harder. Ik wandel terug naar de oude stad. Bij heldere hemel zou het er fijn flaneren zijn tussen de heerlijke huizen en de pittoreske pleintjes. Nu echter zoek ik mijn toevlucht in een pizzeria voor het avondeten. Het is er erg druk en dus moet er lang gewacht worden. Ik maak van die tijd gebruik om de Russische kaart te bestuderen en uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn per fiets en/of trein voor het traject Narva (Estland) - Sint-Petersburg en voor het traject Sint-Petersburg - Vaalima (Finland). Ik kom er echter nog niet meteen uit. Na het eten wandel ik nog een keertje naar het busstation. Het regent nog steeds pijpenstelen en vele straten staan blank. Ik informeer bij de internationale busvervoermaatschappijen of er bussen lopen tussen Narva en Sint-Petersburg, maar dat blijkt nergens het geval. Daarna ga ik met de bus terug naar het hotel. Het water naast de bus spat soms meters hoog omhoog. Gelukkig rijd ik er niet met de fiets naast! Ik breng de avond door met lezen en TV-kijken.

Oude stad Sint-Pieterskerk Sint-Pieterskerk Sint-Pieterskerk Sint-Johanneskerk Pittoresk Riga

Zondag 31 juli: rustdag te Riga

Als ik vanmorgen onder de douche sta, komt er geen drup water uit de kraan. Ook aan de wastafel is er geen water. Aan de receptie reageert men een beetje laconiek: "Er staan zeker te veel mensen tegelijk onder de douche. Wacht maar een paar minuten." Inderdaad, tien minuten later is er water. Eerst druppelsgewijs en daarna een flauw straaltje. Na het ontbijt is er weer volop water en was ik enkele kledingstukken. Ik moet terugdenken aan het tv-programma gisterenavond over hoe Unicef in Ethiopië bronnen gaat boren en over hoe vanzelfsprekend zuiver water voor ons is en wat voor een luxe het in zulke droge landen betekent. Om tien uur ga ik met de bus naar het centrum. Bij een koffie op een terras (het is zondag) schrijf ik mijn dagboek bij. Daarna ga ik in het station informeren naar internationale treinen, maar erg vriendelijk is men daar op zondagmorgen niet en ik word niet geholpen. In een internetcafé tik ik de verslagen in van de voorbije dagen. Nadat ik die naar Guus heb gemaild, probeer ik te weten te komen of de fiets in Rusland mee op de trein kan. Op de bussen van Eurolines is dat immers niet mogelijk, zo hebben ze me inmiddels per mail laten weten. Of het op de trein kan, wordt me niet helemaal duidelijk. Het lijkt een beetje van de goodwill van de conducteur af te hangen. Als ik het internetcafé buiten kom, is het al twee uur. Ik eet een hamburger en kuier op mijn gemak door een mooi park. Hier en daar blijf ik zitten om naar de massa's voorbijslenterende mensen te kijken. Ik ga ook door een paar winkelstraten en loop een spiksplinternieuw winkelcentrum binnen. Als ik de prijzen bekijk, vrees ik dat de gemiddelde Let hier geen klant zal zijn. Tegen zeven uur eet ik een heerlijke spaghetti en daarna neem ik de bus terug naar het hotel. Daar kijk ik mijn fiets na en pomp de banden op. Ik heb nu ook eindelijk tijd en zin om de binnenband die ik twee weken geleden lek reed, te plakken. Gelukkig kijk ik hem na het plakken nog eens goed na, want er blijkt nog een tweede gaatje in te zitten, dat ik eerst niet had opgemerkt. Dan maak ik mijn bagage opnieuw reisklaar en tegen halfelf ga ik slapen.

Dom Pittoresk Riga Pittoresk Riga Pittoresk Riga Kruittoren Klok chocoladefabrikant Vredesmonument

Maandag 1 augustus: Riga - Cesis
Dagafstand: 98 km - totaal: 2425 km

Even over acht laat ik hotel Bergi achter me - dank je wel Klasse - en volg het verplichte fietspad langs de linkerkant van de snelweg. Na iets meer dan een kilometer eindigt het pad en moet ik een tijdje in de verkeerde rijrichting langs de snelweg fietsen tot ik een plekje vind om over te steken. De twee meter hoge draad op de middenberm maakt dat hier onmogelijk. Gelukkig is de pechstrook breed genoeg. Na acht kilometer snelweg gaat het verder via kleinere en rustigere wegen. Het fietsen gaat me niet zo goed af vandaag. Ik moet al eens stoppen na 16 en na 36 kilometer. Daarna gaat het gelukkig beter. Om elf uur ben ik in Sigulda, de teller staat dan op 51 kilometer. Ik koop proviand en eet hem op de stoep van de winkel op, want de boterhammen die ik in het hotel smeerde, heb ik tijdens de eerdere pauzes al soldaat gemaakt. Na de middag, voorbij Ligatne, gaat de route door het nationale park van de Gauja. Als ik in Ligatne de weg vraag naar het volgende dorp, brengt dat een hele discussie op gang tussen twee inwoners, precies of ze hebben nog nooit van dat dorp gehoord. Aan mijn uitspraak kan het nochtans niet liggen. Niet dat ik inmiddels zo vloeiend Lets spreek, maar ik heb hen de naam van het dorp op de kaart gewezen. Uiteindelijk komen ze tot een besluit en wijzen me de goede richting uit. Enkele kilometers verderop houdt het asfalt op en gaat het over grind- en aardewegen verder. Ik steek de Gauja over op een pont die door de veerman over de rivier getrokken wordt. Dan ben ik in het nationale park, waar het heerlijk rustig fietsen is door de prachtige natuur. Gelukkig zijn de gravelwegen meestal net te berijden, al is het fietsen er wel best vermoeiend. Halverwege het park houd ik op een mooi plekje een korte pauze. De laatste kilometers grindweg ligt er veel los grind en wordt het fietsen erg moeilijk. Ik ben dan ook blij als ik terug in de bewoonde wereld kom en asfalt onder de wielen krijg. Om vier uur rijd ik Cesis binnen, eindpunt voor vandaag. In de kerk vraag ik aan de dame die postkaarten en tickets voor een bezoek aan de toren verkoopt en die Duits spreekt of ze me aan een slaapplaats kan helpen. Ze denkt na, lacht wat ongemakkelijk, aarzelt... en dan nodigt ze me bij haar thuis uit. Ze moet echter nog tot zeven uur op post blijven. Tot dan heb ik de tijd om de stad te bezoeken: de prachtige burchtruïne, het verzorgde park en de vele mooie plekjes in de oude stad. Op een terras drink ik een kop koffie en koop ik een fles water. Om stipt zeven uur ben ik terug bij de kerk en we wandelen samen de drie kilometer tot bij Olita thuis. Ze heeft een klein, verzorgd appartementje in een flatgebouw dat dateert uit de sovjettijd. Ik mag slapen in haar werkkamer. Als ik mijn slaapzak uithaal, protesteert ze: er moeten en er zullen lakens op het bed liggen. Nadat ik me gewassen heb, eten we samen in het kleine keukentje een broodmaaltijd. Olita is 29 jaar muzieklerares geweest en werkt nu nog in de muziekschool van Cesis. Ze studeerde aan het conservatorium in Riga, ging ook een jaar in Duitsland studeren en speelt orgel. Als ik naar de levensduurte vraag in Letland, vertelt ze dat een leerkracht ongeveer 200 euro netto per maand verdient. Haar flat kost alleen aan huur al 90 euro per maand. Voor de Letten zijn de prijzen in hun land die wij, westerlingen, spotgoedkoop vinden, behoorlijk duur. Ik voel me een beetje beschaamd dat ik te gast ben bij iemand die de eindjes zoveel moeilijker aan elkaar kan knopen dan ik. Na het eten maak ik nog een avondwandeling. Ik ga eens kijken in het skigebied en vind inderdaad niet veel verder enkele leuke hellingen voorzien van skiliften. "Hier ligt in de winter veel sneeuw," had Olita me eerder al verteld. Terug in de flat schrijf ik het verhaal van de dag, lees nog een beetje en ga slapen.

Een duif als klant van ’n superchic winkelcentrum Ooievaars op een kerkruïne Ooievaars op een kerkruïne Ooievaars op een kerkruïne Op het Letse platteland Gauja Trekpont over de Gauja Trekpont over de Gauja Een mooi rustplekje Cesis: pelgrimsbeeld Cesis: Johanneskerk Cesis: burchtruïne Cesis: burchtruïne Cesis: burchtruïne  Afgedankt standbeeld van Lenin Dorpszicht Cesis Dorpszicht Cesis Cesis: burchtruïne Olita uit Cesis Olita uit Cesis

Dinsdag 2 augustus: Cesis - Valga
Dagafstand: 94 km - totaal: 2519 km

Na het ontbijt wisselen we adressen uit, trek ik een foto en maak ik me klaar om te vertrekken en neem ik afscheid. Omdat het zachtjes regent, moeten na meer dan een week de regenkledij en de plastic vuilniszakken waarmee ik de bagage bescherm nog eens worden uitgehaald. Het fietsen gaat weer erg moeizaam vanmorgen. De weg stijgt en daalt en vooral die voortdurende afwisseling in tempo en in inspanning gaat doorwegen. Nu eens regent het zachtjes, dan weer harder. Ik hou enkele korte pauzes om op adem te komen. Na 32 kilometer opeens een knal, alsof er op me geschoten wordt!! De voorband is gesprongen. Bij nader toezien blijken zowel de binnen- als de buitenband naar de Filistijnen. De stalen bandenlichters die ik in Pila van Lucas gekregen heb, komen nu goed van pas. Ik wissel binnen- en buitenband en als ik de band terug oppomp, krijg ik er geen lucht in gepompt. Hoe kan dat nu?? Ik pomp nog een keertje en zie aan de buitenband, die nat is, belletjes te voorschijn komen. Nog een lek?? De binnenband heeft bij het terug op de velg leggen klem gezeten tussen velg en buitenband en daardoor is blijkbaar een lek ontstaan. Ik wissel nog maar eens van binnenband. Gelukkig blijkt dan wel alles in orde. Het is inmiddels twaalf uur. De 15 kilometer tot Smiltene leg ik vlot af, de wind helpt een beetje. Daar koop ik proviand en als ik die op de stoep opeet, komen er een stuk of zes jongens mijn fiets bewonderen. Ze bekijken hem van alle kanten. Jammer genoeg spreken ze geen Engels en komen we niet veel verder dan: "I am from Belgium" en "How much?" al wijzend naar mijn fiets. Ik durf de echte prijs van mijn fiets niet te zeggen, omdat die voor hen onvoorstelbaar en onbegrijpelijk duur moet zijn. Ik neem afscheid en fiets verder richting Valga. Het is een lange weg door een mooi landschap, later door bossen. Het regent nog af en toe een beetje. Heel schuchter laat de zon zich soms ook even zien. Om vier uur ben ik in Valga aan de Lets-Estse grens. Op de toeristische dienst verwijzen ze me naar de muziekschool waar je voor 3 lat kan ove rnachten. Nadat ik me daar geïnstalleerd heb, trek ik het dorp in. In de bibliotheek kan ik de laatste verslagen intikken en doorsturen. Daarna zoek ik een restaurantje op waar ik geniet van een lekker maaltijd voor 2,95 lat (iets meer dan 4 euro). Terug op mijn kamer lees ik een tijd en daarna kijk ik samen met de trompetleraar die van wacht is naar het weerbericht op tv. Ze voorspellen goed weer! Dat valt mee. We praten nog een tijdje en goed halftien al kruip ik onder de lakens.

Kerkje in Valga Kerkje in Valga Woonblok in Valga

Woensdag 3 augustus: Valga - Tartu
Dagafstand: 94 km - totaal: 2613 km

Het ontbijt bestaat vandaag uit een banaan, een nectarine, een koffiekoek en water. Terwijl ik mijn fiets bepak, is de trompetleraar er weer met nog een collega: Ze vragen hoeveel kilometer per uur ik rijd met de fiets en hoeveel hij kost. Bij de eerste vraag ben ik geneigd te overdrijven, maar ik antwoord toch maar eerlijk: bij vlakke en geasfalteerde weg ruim 20 km/u. Op de tweede vraag durf ik minder eerlijk antwoorden. De mannen willen ook graag weten hoeveel ik verdien en als ik hen mijn nettoloon zeg, zie ik aan hun blikken dat ze dat ongelooflijk veel geld vinden. Hun loon bedraagt zo`n 225 euro, zeggen ze. Om kwart voor acht neem ik afscheid en al snel ben ik aan de Estse grens. De route gaat via rustige wegen door bossen en weiden dertig kilometer verder naar Samgaste. Daar vul ik mijn mondvoorraad bij en eet een beetje. Dan gaat het naar Otepaa in een streek die ze hier Klein Zwitserland noemen. Op zo´n 150 meter hoogte vind je er verscheidene skipistes. Het fietstraject stijgt en daalt dus regelmatig en ik moet de hellingen op zonder gebruik van skiliften. Om twaalf uur eet ik in een café in Otepaa een pasta en schrijf mijn dagboek bij. Daarna gaat het vlotjes verder tot Tartu, waar ik om vier uur aankom met 94 km op de dagteller. Op het toerismebureau kijken ze erg verbaasd als ik naar gratis onderkomen informeer. "Onmogelijk!" zeggen ze. Op de vraag of ik niet kan overnachten in een school, muziekschool of bij een priester volgt een ontkennend antwoord. Voor 15 euro kunnen ze me wel aan een kamer helpen, even buiten het centrum. Ik stem toe en heb het adres op hun aanwijzingen al snel gevonden. Na een flinke douche trek ik terug de stad in en flaneer langs mooie parken, straten en pleinen. Op het toerismebureau informeer ik naar mogelijke treinen van Narva of Ivangorod naar Sint-Petersburg, maar die blijken niet meer te rijden. Ze verwijzen me naar een reisbureau. De trein blijkt inderdaad afgeschaft, maar je kan goedkoop per boot van Tallin naar Sint-Petersburg. De prijs blijkt mee te vallen: 36 euro voor een lounge-zetel. Ik hak de knoop door en koop een ticket. Bij de avondpicknick in het park plan ik de volgende fietsdagen naar Tallin. Qua afstand is het ongeveer even ver als Sint-Petersburg. Het geeft me een gerust gevoel dat de volledige terugreis nu in principe geregeld is. Zondagavond vertrekt de ferry om zeven uur in Tallin met aankomst in Sint-Petersburg op maandagmorgen om acht uur. Maandag en dinsdag kan ik dan besteden aan het verkennen van Sint-Petersburg. Woensdagmorgen gaat het dan per trein naar Vyborg en de laatste 40 km tot Vaalima, het dorp in Finland waar Cor me met de vrachtwagen komt oppikken, leg ik nog met de fiets af. Na het eten schrijf ik mijn dagboek bij, slenter terug naar mijn kamer en tik het verslag in op de pc die daar ter beschikking van de gasten staat. Internet is in Estland ter beschikking van zowat iedereen. Je ziet bij vele dorpen onderweg onder het naambord van het dorp een plaatje met het opschrift 'WIFI internet access´.

Tartu: stadhuis Tartu: stadhuis Tartu: stadhuis Fietsroutenetwerk Estland: goed bewegwijzerd Tartu

Donderdag 4 augustus: Tartu - Rakvere
Dagafstand: 126 km - totaal: 2739 km

In deze Bed and Breakfast is er iets vreemds. Hoewel op alle documentatie en op het plakkaat aan de voorgevel sprake is van Bed AND Breakfast, wordt er geen ontbijt geserveerd. Er is wel een keukentje waar ik mezelf een kop koffie zet voor bij het ontbijt. Gelukkig heb ik nog voldoende mondvoorraad. Om 8.15 uur vertrek ik voor een rit die me in drie en een half uur 54 kilometer verder in Jogeva zal brengen. De laatste vijftien kilometer gaan over een pas geasfalteerde weg (met de steun van de Europese Unie) en het is er heerlijk rijden. Hoewel het pas elf uur is, heb ik al honger. Ik eet een kleine pizza die in de winkel wordt opgewarmd in de m icrogolfoven. Daarna fiets ik vlot verder. Het landschap bestaat afwisselend uit bossen, korenvelden en weiden. Steeds zijn er lichte hellingen. Na 85 kilometer kan ik nog eens halt houden op een bank en bij 100 km in Vaike-Maarja drink ik in een café een kop koffie en schrijf het verhaal van de fietstocht verder. In het café tref ik ook de mensen die een paar kilometer eerder vanuit de auto een foto van me hadden gemaakt. Ook het laatste deel van de etappe van vandaag gaat vlotjes. In iets meer dan een uur bereik ik Rakvere. In de evangelische kerk zit een dame, maar ze spreekt enkel Ests. Ik probeer toch in het Engels en met gebaren duidelijk te maken wat ik wil, maar ze blijft vriendelijk ontkennend met het hoofd schudden. Onverrichterzake druip ik af. Als ik buitenga, spreekt een man me aan in het Engels: "Zoek je een slaapplaats?" Ik vertel over het Unicef-project. De man reageert enthousiast en biedt me 500 Estse Kronen aan. "Daarmee krijg je in het hotel hier een beetje verder een eenpersoonskamer. Ik gun ze je van harte, want ik heb veel bewondering voor wat je doet!" zegt hij. Veel tijd om te praten heeft hij niet, want zijn vrouw en kind wachten een be etje verder. Ik bedank hem en we nemen hartelijk afscheid. In het hotel fris ik me op en was mijn kleding.Dan trek ik de stad in voor het avondmaal. Daarna wandel ik tot aan de burcht van Rakvere. Om acht uur ben ik terug op mijn kamer. Ik kijk nog een tijd tv, gelukkig zijn hier in Estland vaak enkele Duitstalige kanalen geprogrammeerd, en lees nog een paar hoofdstukken in mijn boek.

Rustpauze Langs Estse wegen Rakvere: museum Rakvere: burcht Rakvere: burcht Rakvere: uitzicht vanaf de burcht Rakvere Rakvere Rakvere

Vrijdag 5 augustus: Rakvere - Loksa
Dagafstand: 80 km - totaal: 2819 km

Als ik wakker wordt regent het pijpenstelen. De hemel is loodgrijs, er zijn nog geen opklaringen in zicht. Ik doe het wat rustiger aan dan gewoonlijk bij het opstaan en neem ook een beetje meer tijd voor het ontbijt. Bij de koffie schrijf ik mijn dagboek bij. Als ik rond halftien wegrijd, regent het niet meer. Maar nog geen kilometer verder voel ik de eerste regendruppels. Ik stop om mijn regenkleding aan te trekken en de bagage in te pakken. Het regent nu eens zachtjes, dan weer harder, dan weer niet. De weg stijgt lichtjes en ik heb de wind van voren. Het is echt vermoeiend fietsen. Ik moet een paar keer enkele minuten halt houden om uit te blazen. Na een kilometer of vijftien krijg ik de trappers gelukkig terug een beetje beter rond. Ik bereik het Lahemaa Nationale Park. Het is er rustig fietsen tussen veel groen. Om twaalf uur breng ik een bezoek aan het landgoed in Sagada. Er is een mooi bosmuseum en je kan ook het 'manor house' bezoeken. Dat laatste is ingericht met meubels uit het einde van de 19de eeuw, begin 20ste eeuw. De toegang is vandaag uitzonderlijk gratis omdat het de dag van het bos is in Estland. Rond twee uur, nadat ik op een bank gepicknickt heb, fiets ik verder om een rondje te maken over een schiereilandje. Ik had gehoopt om regelmatig de zee te zien te krijgen, maar dat valt helaas tegen. Welgeteld twee keer krijg ik het blauwe water een fractie van een seconde te zien. Voorbij Vosu neem ik een lange rechte weg door het bos. Halverwege rust ik uit op een dode boomstam, nadat ik die eerst zorgvuldig op ongedierte geïnspecteerd heb. Er vliegen reuzegrote libellen en er kruipen allerlei soorten kevers. Ik ontdek op het hout ook een klein zwartgrijs reptiel, waarvan ik niet kan zeggen welke soort het precies is. Voor Loksa gaat de route nog eens over een gravelweg: vijf kilometer lang, maar gelukkig tamelijk goed te berijden. Ik fiets Loksa door in alle richtingen, maar kan niet direct een geschikte plaats vinden om aan te kloppen. Aan het uiteinde van het dorp vind ik een kerk, maar ze is op slot en er is niemand. Ik spreek een mevrouw aan die er voorbij komt en met gebaren maak ik haar duidelijk dat ik in Loksa wil slapen. Ze maakt me duidelijk dat in Loksa geen hotel is, maar dat ik tien kilometer terug moet rijden. Om terug te rijden heb ik echt geen zin, dus spreek ik twee mannen aan die bij een huis staan te praten. Ik maak weer met gebaren duidelijk wat ik wil. De twee overleggen een hele tijd met elkaar en halen er ten slotte een derde bij die Engels spreekt. Hij verwijst me naar een huis waar vroeger zeelui wel eens bleven overnachten. Ik fiets ernaar toe. De man die buiten aan de deur staat, herhaalt op alles wat ik zeg "Ni hotel". Er lopen nogal wat jongemannen rond (er vertrekt juist een bus), maar eer ik er eentje gevonden heb die Engels spreekt, moet ik er toch een tiental aanspreken. "Probeer eens bij de sauna," zegt hij. Ik naar de sauna. De dame achter het loket schudt nee. Er zitten twee mannen met een handdoek om de lendenen een biertje te drinken en een sigaretje te roken. Eentje spreekt een paar woorden Engels, hij is nog ooit als zeeman in Antwerpen geweest. Er wordt druk overlegd. De dame achter het loket pleegt enkele telefoontjes. Uiteindelijk moet ik een half uurtje wachten, dan komt een zekere Renate me ophalen en neemt me mee naar het huis van haar ouders. Die hebben boven een schuurtje in de tuin een klein en eenvoudig vakantieappartementje ingericht. Voor 150 Estse kronen kan ik er slapen. Renate en haar moeder Ludmilla slaan eerst ijverig aan het poetsen, want dat is gezien het stof dat er ligt al een hele tijd niet meer gebeurd. Ik ga het dorp in om een hamburger te eten. Er is niets anders te vinden. Dan doe ik enkele inkopen voor het ontbijt en de picknick van morgen. Terug op mijn kamer voel ik me niet zo goed. Ik heb het koud en heb last van hoofd- en spierpijn. In mijn buik rommelt er ook een en ander. Toch blijf ik nog tot ongeveer tien uur tv kijken, want als ik eerder ga slapen ben ik 's morgens veel te vroeg wakker.

Sagada: landgoed Sagada: landgoed Langs Estse wegen Gravelwegen op het platteland Kust bij Loksa Kust bij Loksa

Zaterdag 6 augustus: Loksa - Tallin
Dagafstand: 80 km - totaal: 2899 km

Als ik opsta, heb ik nog steeds hoofd- en spierpijn. Toch maak ik me klaar om te vertrekken. Ik ontbijt op mijn kamer en neem een dafalgan. Om acht uur ben ik vertrekkensklaar, maar als ik ga betalen nodigt vader Joerie me uit voor een kop koffie. Daar ben ik wel blij mee. Joerie spreekt enkele woorden Engels en met veel gebaren en tekeningetjes kunnen we samen met Ludmilla toch een vrij behoorlijk gesprek voeren. Ludmilla laat me trots de foto's van het huwelijk van Renate zien dat in juli plaatsvond. Ik begrijp ook dat ze allebei in Rusland zijn opgegroeid, maar na hun huwelijk in 1971 in Loksa zijn komen wonen omdat Joerie er werk kreeg. Een half uurtje later neem ik afscheid en rijd weg. Het is heerlijk rustig fietsen in het nationale park. Ik maak nog eens een rondje, nu over het schiereiland Juminda. Gelukkig ligt de weg nu erg dicht bij de kust, zodat ik regelmatig zicht op zee heb. Op een klein zandstrandje blijf ik even genieten. Later houd ik nog eens halt om de honger te stillen met een potje yoghurt. Als ik dan opnieuw wil vertrekken, scheelt er iets met het achterwiel van mijn fiets. Het draait stroef en ik hoor een getik. Ik kan niet onmiddellijk zien wat er aan de hand is, dus moet de bagage eraf. Dan blijkt dat er iets mis is met de achterrem. Ik heb de remblokjes nog niet vervangen en besluit dat nu maar te doen in de hoop dat het probleem daarmee is opgelost. De fiets heeft echter schijfremmen en, met het onderhoud daarvan ben ik niet vertrouwd. Ik zet de fiets ondersteboven, haal het achterwiel eruit, lees de instructies op de verpakking van de remblokjes, haal de oude blokjes uit de houder, puzzel de nieuwe in elkaar en steek ze in de houder. En met een beetje wrikken, klikt alles in elkaar! Al bij al was het een eenvoudig werkje, maar het kostte me toch een klein uurtje. Tijdens de herstellingswerkzaamheden heb ik vastgesteld dat de stoel van mijn ligfiets gebarsten is. Gelukkig zit de barst op zo'n plaats dat het volgens mij weinig kwaad kan en ik wellicht zonder problemen de tocht kan afmaken. Even voor twaalven fiets ik verder. Ik laat het Lahemaa-park achter me. Om een uur picknick ik op de trappen van een mini-postkantoortje in een piepklein dorpje. Na het eten ontdek ik achter het gebouwtje een picknicktafel en schrijf daar mijn dagboek bij. Daarna fiets ik rustig verder, uitkijkend naar een geschikte mogelijkheid om te overnachten. De dorpjes waar ik voorbijkom zijn allemaal piepklein en er valt niet veel te beleven. Stilaan komt Tallin dichterbij. Toch loopt de route nog steeds over erg rustige wegen, hoewel ik de hoogbouw van de hoofdstad in de verte al kan zien. Naast de televisietoren, ongeveer tien kilometer voor Tallin, is er een camping met kleine vakantiehuisjes. Ik rijd het terrein op. Aan de receptie zitten een drietal jongeren te kletsen met een al iets oudere dame. Die laatste begroet me heel enthousiast in het Engels. Ze stelt zich voor als Janna uit Zweden. Ze werkt voor Unicef in Libanon. Ze wil haar huisje met me delen. "As long as you don't touch me!" zegt ze erbij. Het huisje is piepklein, geen zes vierkante meter. Er staan twee bedden in en een nachtkastje. Ik installeer me en we vertellen elkaar over werk, over Unicef en over hobby's. Janna rookt als een Turk. Daarenboven is ze omringd met flessen sterke drank en verschaalde glazen bier. Toch lijkt ze niet dronken. Ze toont zich in elk geval erg belezen en dat stelt me een beetje gerust. Terwijl ik me douch, zet ze koffie, gezien ik de whisky die ze me steeds opnieuw prestenteert resoluut afsla. Ik ben sowieso geen liefhebber van sterkedrank en heb bovendien nog steeds last van hoofdpijn. Na de koffie laat ik Janna alleen en wandel naar de televisietoren. De hoofdpijn neemt toe en daarbij krijg ik koude rillingen en voel me duizelig. Toch neem ik de lift naar boven (170 m) en geniet van het prachtige uitzicht. In het restaurant vallen de prijzen mee. Veel honger heb ik niet, maar ik moet toch eten. Ik neem eerst een dafalgan en na het eten, dat me wel smaakt, voel ik me iets beter. Ik schrijf verder aan mijn dagboek en blijf nog een tijdje zitten in het rustige restaurant. Ik lees enkele passages uit mijn dagboek en kijk met veel dankbaarheid terug op de voorbije vier weken! Ik werk ook de boekhouding bij. Van alle uitgaven heb ik de kastickets bijgehouden. Zo kan ik achteraf precies uitrekenen wat ik betaald heb en welk deel van de 2500 euro aan het Unicef-project geschonken kan worden. Wat mijn dagboeklezers nog niet weten,is dat ik van allerlei mensen op voorhand en van mensen onderweg nog 273,33 euro gekregen heb. En er zullen bovendien ook wel een aantal mensen rechtstreeks aan Unicef gestort hebben. Het definitieve bedrag zal eind september duidelijk worden, want tot zo lang kan je nog altijd storten op het rekeningnummer van Unicef (zie startpagina van deze website) onder vermelding van www.sintpetersburg.opdefiets.be. Als ik terug op de camping kom, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat Janna ietwat boven haar theewater is. We hebben buren gekregen (onder hetzelfde dak is nog een kamer) en telkens we die horen, klopt ze met aandrang op de dunne tussenwand en roept: "Shut up" of "What are you doing?" Het is inmiddels beginnen regenen en als dat wat mindert, maak ik nog een wandeling. Als ik terugkom, gaat Janna er net op uit voor het avondeten. Rond een uur of tien is ze terug. We praten nog een tijd en gaan dan slapen.

Janna uit Zweden Kust bij Leesi Kust bij Leesi Mini-postkantoortje Camping Tallin Nieuwe woonwijk Tallin Panorama Tallin Camping Tallin Zicht op Tallin

Zondag 7 augustus: Tallin
Dagafstand: 9 km - totaal: 2908 km

Midden in de nacht doet Janna het licht aan om een paar sigaretten te roken en een paar whisky's te drinken. Ik maak van de gelegenheid gebruik om naar het toilet te gaan. Ik voel me nog altijd niet goed en, hoewel ik mijn trainigvest heb aangetrokken, krijg ik op weg naar het toilet hevige koude rillingen. Terug in het warme bed gaat het gelukkig weer wat beter. We praten nog een tijdje en proberen dan de slaap opnieuw te vatten. Even voor achten sta ik op en begin de dag met een dafalgan. Nadat ik me gewassen heb, ontbijten we samen met koffie van Janna en met het brood en de kaas die ik nog over heb. Het heeft de hele nacht geregend, maar tijdens het ontbijt lijkt er eindelijk een einde te komen aan die mistroostige buien. Ik pak de fiets en rijd na het afscheid verder, zo rond een uur of negen. Al snel ben ik in Tallin. De fietsroute brengt me exact tot bij de D-terminal waar ik vanavond de ferry neem. Ik durf de fiets er niet goed tot vanavond onbeheerd te laten staan en geef hem daarom in bewaring bij het bagagedepot. Dat kost wel 75 kronen. Daarna wandel ik de oude stad in. Ik slenter langs mooie straten en steegjes met weinig verkeer en huizen in pastel- of aardetinten. Ik loop een paar kerken binnen. In de katholieke blijf ik even zitten om te luisteren naar een jeugdkoor, in de evangelische geniet ik van het orgelspel en in de orthodoxe kathedraal roepen de Russische gezangen herinneringen op aan de tijd dat ik in de opera Boris Godunov heb mee gezongen. Ik bewonder de middeleeuwse versterkingen op de burchtheuvel en eet er mijn boterhammen op een bankje onder de bomen op. Op het gezellige marktplein drink ik een kop koffie die afschuwelijk smaakt en ik schrijf er weer verder aan mijn verhaal. De hoofdpijn zeurt nog steeds en ik voel me nog altijd niet goed. Daarom wil ik zo stilaan teruggaan naar de haventerminal. Toch doe ik nog eerst een paar schilderachtige plekjes aan, o.a. de Katharinapassage, en slenter ik door het nieuwe winkelcentrum van de haven op zoek naar een hemd en een broek. Die kan ik echter niet vinden naar mijn smaak. In de passagiersterminal plof ik neer op een stoel en blijf er wel twee uur zitten niksen. Enkel een dame van de toeristische dienst met een uitgebreide enquête haalt me een tijdje uit mijn rust. De ferry vertrekt om zeven uur, dus ga ik tegen zes uur inchecken waar ook de auto's moeten inchecken. Dat heb ik vanmorgen nagevraagd. We moeten echter nog tot zeven uur wachten eer onze ferry arriveert. Het ontschepen en opnieuw inschepen neemt ongeveer een uur in beslag, zodat de motoren gestart en de trossen gelost worden tegen een uur of acht. Vanop het zonnedek kijk ik toe hoe we Tallin achter ons laten. Met mijn vest aan, heb ik het nog steeds koud. Een dafalgan bij het avondeten in het scheepscafé helpt me gelukkig weer over de ergste ongemakken heen. Ik blijf in het café zitten lezen en om halftien ben ik nog net op tijd terug op het zonnedek om te genieten van een prachtige zonsondergang. Niet veel later zoek ik mijn lounge seat op. We zijn maar met een paar reizigers die daar overnachten en tegen alle verwachtingen in kan ik de slaap vrij vlug vatten.

Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Tallin Het uitvaren uit de haven Zonsondergang op zee Zonsondergang op zee

Maandag 8 augustus: Sint-Petersburg
Dagafstand: 10 km - totaal: 2918 km

Tegen zes uur, we naderen dan al de kust, ga ik me opfrissen en neem ik een ontbijt in het scheepscafé. Daarna kijk ik vanop het dek toe hoe we de haven binnenvaren. Als het schip bijna aangemeerd is aan de kade, zoek ik mijn fiets op het autodek op. Het duurt echter minstens nog drie kwartier eer de poort opengaat en ik als eerste van het schip mag afrijden. Een heuse havenband verwelkomt ons met vrolijke muziek. Bij de douane kom ik in de rij achter de voetgangerpassagiers terecht. Ik heb al snel in de gaten dat het nog wel even kan duren eer het mijn beurt is. Ik neem me voor me niet op te jagen en ga wat zitten lezen op een bank. Een uurtje later is de lange rij verdwenen en kan ik op een paar minuten tijd de controles passeren. Ik koop een stratenplan en de hulpvaardige winkelierster wijst me waar de haven is, waar het LDM-hotel ligt en hoe ik best kan rijden. Om kwart voor tien ben ik op weg. Het verkeer is druk, maar het fietsen valt mee. Drie kwartier later ben ik tien kilometer verder aan het hotel. Het gebouw stamt uit de sovjettijd en ziet er afgeleefd uit. Ik meld me aan bij de receptie, geef mijn paspoort af om me te laten registreren en... er blijkt een probleem te zijn. De dame vraagt naar mijn registratiekaart en die heb ik niet. Ze zegt dat ik die aan de grens moet gekregen hebben en dat het onmogelijk is dat ze me die niet gegeven hebben. Zonder de kaart kan ik niet in Rusland blijven! Ze overlegt met haar baas en telefoneert naar de toeristische dienst. Die zeggen laconiek dat het hun probleem niet is. De receptioniste heeft met me te doen en zegt dat ze het later wel voor me zal oplossen. Op mijn kamer pak ik mijn bagage uit en ruim een beetje op. Daarna doe ik een dutje. Voor ik de stad in trek, vraag ik de kamermeid nog om een paar kledingstukken voor me te wassen, want die kunnen dat na vier weken intensief gebruik en enkele handwas wel gebruiken. Ik wandel naar het metrostation en eet er een pizza. Daarna ga ik met de roltrap wel 100 meter naar beneden en neem ik de metro naar de Nevsky Prospekt. Gelukkig kan ik min of meer Russisch lezen. Dat maakt het zich oriënteren in de stad en in de metro en het begrijpen van opschriften veel eenvoudiger. Soms voel ik met net als een kind dat in het eerste leerjaar erin slaagt zelf nieuwe woorden te lezen. Het is toch een heel bijzondere ervaring als je ontdekt dat je kan lezen wat er staat, terwijl die vreemde tekens eerst geen betekenis voor je hadden. Ik wandel over de Dvorzovaja Plascha met het indrukwekkende winterpaleis. De Hermitage, die er gehuistvest is, is op maandag gesloten en staat morgen op het programma. Het Pushkin-museum is een bezoek beslist waard, maar de toegang is wel erg prijzig (100 roebel toegang + 100 roebel voor een verplichte audiogids voor een bezoek van nog geen half uur). Dan wandel ik verder naar de Opstandingskerk met zijn indrukwekkende gevels en gouden koepels. Men vraagt buitenlanders zo maar even 270 roebel toegangsgeld en dat vind ik toch wel erg veel. Ik werp dus een blik op de prachtige fresco's vanuit de ingang en laat de kerk verder voor wat ze is. Terug op de Nevsky Prospekt gaat het per metro naar het kerkhof aan het Alexander Nevsky-klooster. Ook hier moet 100 roebel toegangsgeld betaald worden. Ik slenter langs de graven van beroemde dichters, acteurs en wetenschappers maar het zijn vooral de graven van de componisten die mijn aandacht vragen: Mussorgsky, Borodin, Tchaikovski, Rimsky-Korsakov. Dan neem ik de metro naar het Finland-station om te kijken hoe laat ik woensdag d e trein kan nemen en of de fiets mee mag. Dat laatste blijkt inderdaad te kunnen. Terug op de Nevsky Prospekt loop ik het prachtige winkelcentrum Gostinyi Dvor binnen op zoek naar een hemd en een broek ter vervanging van enkele versleten spullen die ik bij me had. Deze keer vind ik wel wat ik zoek. Als ik buitenkom, is het halfnegen. Ik ben bekaf en heb bovendien reuzehonger. In een stemmig café vlakbij laat ik me op een stoel vallen en geniet even later van koffie, toast en yoghurt met fruit. Ik schrijf verder aan mijn dagboek. De metro en een laatste wandeling brengen me rond halfelf terug op mijn hotel.

Sint-Petersburg: Opstandingskerk Sint-Petersburg: Pushkin-museum Sint-Petersburg: Winterpaleis Sint-Petersburg: Opstandingskerk

Dinsdag 9 augustus: rustdag te Sint-Petersburg

Je kan in het hotel pas ontbijten vanaf acht uur. Omdat ik morgen vroeger wil vertrekken vraag ik me vandaag aan een van de dames in het restaurant een ontbijtpakket mee, dat kan wel in het hotel. Tegen negen uur maak ik de wandeling naar het metrostation en ga per metro naar het centrum. Ik ga eerst naar de Zomertuin: daar zijn in het groene decor van eeuwenoude bomen talrijke marmeren standbeelden te bewonderen. Jammer genoeg raakt de batterij van mijn fototoestel leeg en heb ik de reservebatterij op mijn slaapkamer laten liggen. Fotograferen zit er voor de rest van de dag niet meer in. Daarna wandel ik naar het Winterpaleis. Ik begin aan te schuiven bij de een van de twee lange rijen wachtenden die zich daar gevormd hebben. Na een kwartier blijkt dat ik in de rij voor groepsreizen sta aan te schuiven, dus kan ik opnieuw achter aansluiten in de andere rij voor individuele reizigers. Nog een goed kwartier later mag ik binnen. Ik moet eerst nog eens aanschuiven voor de kassa (130 roebel) en dan nog eens voor de metaaldetector. Daar word ik nog teruggestuurd omdat ik mijn fototoestel bij me heb en geen toelating heb om te fotograferen. Ook als ik zeg dat ik helemaal niet van plan ben te fotograferen en dat de batterij van mijn toestel plat is, blijft de man aan de detector onverbiddelijk: "Fototoestel in bewaring geven aan de kassa!" Tegen elf uur ben ik binnen en in het internetcafé tik ik de verslagen van de laatste week in. Daar ben ik wel twee uur mee zoet. Tegen een uur trek ik met een audioguide (280 roebel) het museum in. Ik maak een lange rondgang langs bekende Italiaanse, Spaanse, Nederlandse, Vlaamsse en Franse schilders en beluister de uitleg bij de beroemdste meesterwerken. Ook de zalen van het museum zijn indrukwekkend. Halverwege de toer, verpoos ik even met een sandwich en een cola in het cafetaria. Daarna zet ik mijn verkenningstocht door eeuwen Westerse schilderkunst verder. Net voor het sluitingsuur zes uur ben ik rond. Het was vermoeiend maar beslist de moeite waard. Vooral het schilderij van Rembrandt over de terugkeer van de verloren zoon, dat enkele jaren geleden een heel jaar als inspiratiebron gediend heeft in kerk en school blijft me bij. In het echt spreekt zo'n doek toch veel meer dan op foto's. In het internetcafé tik ik daarna het verslag van de dag in.

Rond een uur of zeven eet ik een pasta en daarna gaat het terug naar het hotel. Dreigende wolken hebben zich inmiddels boven Sint-Petersburg samengepakt en nog voor ik tot bij het hotel gewandeld ben, vallen de eerste druppels. Als ik even later vanuit mijn kamer door het raam kijk, barst de zondvloed los. Ik pak mijn bagage opnieuw in en maak de fiets vertrekkensklaar. Al vroeg kruip ik onder de wol.

Graf Mussorgski Graf Borodin Graf Tchaikovski Graf Tchaikovski Graf Rimsky-Korsakov Alexander Nevsky-Klooster Onbekend monument Onbekend monument Brug over de Neva Zomertuin met marmeren beelden Zomertuin met marmeren beelden

Woensdag 10 augustus: Sint-Petersburg - Viborg (per trein) / Viborg - Vaalima (per fiets)
dagafstand: 69 kilometer (fiets) - totaal: 2987 km

Even over zessen ben ik al op. Na het ontbijt op de kamer check ik uit. In dit hotel moet je de sleutel niet afgeven aan de receptie, maar aan de kamermeid die voor jouw verdieping verantwoordelijk is. Zij heeft een klein bureautje op de gang. Ze ligt te slapen op een divan, maar is onmiddellijk wakker als ik bij haar bureautje kom. Ik geef de sleutel af, zet mijn fiets in de lift, ga naar beneden en fiets naar het Finland-station. Een flinke en wispelturige wind maakt het fietsen best moeilijk. Even voor halfacht ben ik aan het station, waar mijn trein om 8.12 uur zal vertrekken. Op het infobord staat nog een trein naar Viborg om 7.52 uur aangekondigd met de extra vermelding ‘Baltiskaja’. De dame aan het loket spreekt geen Engels en kan me dus niet duidelijk maken welk verschil er tussen de gewone treinen naar Viborg en de trein ‘Viborg Baltiskaja’. Ik begrijp wel van haar dat ik voor die laatste trein naar een ander loket moet. Ik gok erop dat de trein ‘Viborg Baltiskaja’ een snellere trein is en ga op zoek naar het andere loket. In een andere hal staan de mensen voor een vijftal loketten aan te schuiven. Veel informatie zie ik er niet, maar ik begrijp wel uit de opschriften dat het om treinen naar o.m. Viborg gaat. Maar er blijkt iets mis met de ticketmachines. Zij weigeren halsstarrig nog verder tickets af te drukken. De dames achter de loketten overleggen, wachten, wandelen eens van hier naar daar, gaan op hun stoel verzitten,… en intussen verstrijkt de tijd. Plots stormen alle aanschuivende mensen weg. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar een van de dames achter het loket wijst dat ik de weglopende mensen maar achterna moet gaan. Die gaan blijkbaar allemaal zonder ticket op de trein. Aan de kop van de trein tref ik de conducteur en die spreekt gelukkig wat Engels. “Viborg? Stap maar op!”, zegt hij. Niet veel later zijn we weg. Als de conducteur zijn ronde maakt, kunnen de mensen zonder ticket blijkbaar hun treinreis gewoon aan de conducteur betalen. Honderd roebel kost de rit naar Viborg. De conducteur steekt het geld weg en ik krijg geen ticket noch een betalingsbewijs in de plaats. Rond halftien, meer dan een uur vroeger dan verwacht ben ik in Viborg. Bij het verlaten van het station staan er nergens wegwijzers. Ik doorkruis de stad, maar kan geen enkele aanwijzing vinden welke richting ik uit moet. Bij een hotel helpt men me op de goede weg. Volgens de kaart is het 41 kilometer tot aan de Finse grens en vol goede moed fiets ik weg. Het waait nog steeds erg hard. Gelukkig komt die felle wind meestal van opzij, maar hij maakt het fietsen echt niet aangenaam. Ook als ik na twintig kilometer fietsen even halt houd, is het koud en niets aangenaam. Ik haal mijn GPS boven om te peilen hoever het nog is tot de grens. Volgens wat ik op de kaart gezien heb, moet het nog een twintigtal kilometer zijn. De GPS houdt het echter op 45 kilometer. Hoe is dat nu mogelijk?? Ik bekijk de kaart opnieuw en tel niet meer dan 20 kilometer. Ik vrees echter dat de GPS het bij het juiste eind heeft en spring dus maar snel de fiets op om het resterende gedeelte af te malen. De hele route loopt langs de M10-E18, een tweebaansweg met gelukkig niet al te druk verkeer. Het traject stijgt en daalt zoals gewoonlijk lichtjes. Na zestig kilometer kom ik bij de eerste grenscontrole. Ik mag al snel verder, maar dan begint het te regenen. Ik pak de bagage in en trek mijn regenkledij aan. Ik wil immers niet blijven schuilen, want ik vermoed dat Cor Leurs aan de andere kant van de grens al op me wacht. Door de striemende regen fiets ik verder. Enkele kilometers verder opnieuw twee controles. Bij de eerste controle vraagt de dame me om mijn papieren. Ik geef mijn paspoort af, maar ze wil nog een ander document. Ik krijg het al benauwd als ik moet zeggen dat ik geen ander document heb. Ze dringt nog eens aan en vraagt opnieuw om een ander document, maar ik begrijp eigenlijk niet welk document ze nog moet hebben. Dan vraagt ze waar mijn auto is. Als ik zeg dat ik met de fiets ben, glimlacht ze breed en mag ik verder rijden. Blijkbaar vroeg ze naar het inklaringsformulier van mijn auto en dat heb ik natuurlijk niet. De tweede controle is een grondige paspoortcontrole en dan volgen de verlossende stempels. Nog enkele kilometer verder kom ik bij de Finse douaniers. Ook zij kijken het paspoort nog eens in en dan gaat de slagboom omhoog en sta ik in Finland. Ik probeer Cor te bellen, maar krijg een bericht dat hij niet bereikbaar is. Onmiddellijk daarna echter krijg ik een berichtje van hem met de vraag wanneer ik denk aan te komen. Ik probeer opnieuw te bellen en krijg de chauffeur dit keer wel te pakken. Hij staat een paar honderd meter verder op een parking en niet veel later zie ik inderdaad de vrachtwagen van Leurs Logistics Bree met een groot logo van de trailerfabriek ‘LAG’ op het zeildoek van de trailer staan. We zijn blij dat we mekaar zo snel gevonden hebben. Die fiets wordt ingeladen en dan klim ik de cabine van de vrachtwagen in. Ik sta verwonderd van het comfort dat zo’n hedendaagse cabine de chauffeur biedt: boordcomputer, goed verende zetels, koelkast, microgolfoven, talrijke opbergvakken, GPS-navigatie en nog veel meer. We eten een kant-en-klaar-maaltijd die wordt opgewarmd in de microgolfoven en dan gaan we op weg richting Helsinki. Dan gaat het verder tot Turku, waar we eerst gaan laden in een fabriek. Om 22.45 uur schepen we in op de ferry naar Stockholm. Het is een veerboot speciaal voor vrachtwagens. Het is wel even zoeken naar onze cabine, want alles is minder goed aangegeven dan op de grotere en luxueuzere passagiersferry’s. Avondmaal is inbegrepen in de prijs van de overzet en niet veel later genieten we van een heerlijke maaltijd. Rond twaalf uur gaan we slapen.

Veerboot naar Stockholm De vrachtwagen van Leurs Logistics Bree Een groot meer in Zweden Een groot meer in Zweden Cor van Leurs Logistics Bree In de vrachtwagen

Donderdag 11 augustus: Stockholm - Denemarken

Om negen uur meert de ferry aan in Stockholm en even later rijden we weg. Vandaag doorkruisen we Zweden van oost naar west, nemen we de ferry van Helsingborg naar Helsingør (een kwartiertje) en rijden nog een heel eind door Denemarken. Rond 22.00 uur stoppen we op een parking en slapen we in de vrachtwagen.

Vrijdag 12 augustus: Denemarken - Bree (België) einde

Het bed in de vrachtwagen ligt erg comfortabel en ik heb heerlijk geslapen. Even voor halfacht gaan we weer op weg. Na vijftig kilometer nemen we nog een laatste keer een veerboot van Rogbyhaven in Denemarken tot Puttgarden in Duitsland. De overzet duurt drie kwartier. Dan gaat het via de drukke Duitse autowegen naar Bad Bentheim om te lossen. Dan gaat het via de Nederlandse autowegen verder naar Bree, waar we om acht uur arriveren. De terugreis per vrachtwagen was een bijzonder leuke ervaring! Dank je wel, Cor!!

Dank

Aan het eind van dit vijf weken durende fietsavontuur denk ik met dankbaarheid terug aan alle mensen die op een of andere manier aan het welslagen van de tocht hebben bijgedragen. Op het gevaar af iemand te vergeten, waag ik me hier toch aan een opsomming:

  • De veervrouw uit Baarlo
  • Stephan uit het Kinderheim van Wachtendonk
  • Hotel-restaurant ‘Flachshaus’ in Wachtendonk
  • De veerman van Walsum
  • Ludger uit Holsterhausen
  • ‘Die Kleine Kneipe’ in Dülmen
  • De dame aan de balie van het ‘Landesmuseum’ in Münster
  • Hans-Gerd uit Münster
  • Mijn broer Ludo, mijn broer Dirk, mijn zus Reinhilde en mijn schoonbroer Rik
  • De dame van de parochie in Augustdorf
  • Richy van ‘Richy’s County Pub in Augustdorf
  • De collega die wafels bakte
  • De man en de vrouw onder de kersenboom in Lobach
  • De dominee van Markoldendorf
  • Pizza Eck in Markoldendorf
  • De pastoor van Blankenburg
  • Mijn gastvrouw in de parochie van Staßfurt
  • Frans-Josef uit Oranienbaum
  • Frau Pfarrerin en haar gezin uit Oranienbaum
  • De man die me de eerste zorgen toediende in Grubo
  • De dokter en de verpleegster in het ziekenhuis van Belzig
  • Saskia van Piet Roelen Management
  • Chris uit Berlijn
  • De dame die me hielp toen ik een lekke band had
  • De man met de bandenlichters
  • De priester van Kostrzyn
  • De man en de pastoor die het hotel regelde in Miedzychod en de hotelbaas
  • Yvonne en Lukas uit Pila
  • De pastoor en de seminaristen uit Koronowo
  • De apothekeres in Koronowo
  • De man die me te hulp schoot in het Russische consulaat van Gdansk
  • Ywona en haar familie in Frombork
  • Eva en haar familie in Frombork
  • De dame die me naar de pastoor hielp zoeken in Nida
  • De meisjes van de toeristische dienst in Nida
  • Aldona, Egidius en Rasa uit Nida
  • De man van het jeugdkamp in Sventoji
  • De dame op het stadhuis van Aizputé
  • De jongeman van de toeristische dienst in Kuldiga
  • De dame van de toeristische dienst in Tukums
  • De verpleegsters en de dokters uit het ziekenhuis van Tukums
  • Onderwijstijdschrift Klasse
  • Olita uit Cesis
  • Het meisje van de toeristische dienst in Valga
  • De trompetleraar van Valga
  • De dames van het toerismebureau in Tartu
  • De man die me een hotel aanbood in Rakvere
  • De mensen in de sauna van Loksa
  • Joerie en Ludmilla van Loksa
  • Janna op de caming in Tallin
  • Cor en Lydie van Leurs Logistics Bree
  • Stefan en Frank van ‘De Liggende Hollander’ te Eindhoven
  • Paul van Challenge Bikes
  • Mijn neef Guus
  • Alle mensen die een financiële bijdrage geleverd hebben
  • Alle mensen die me op een of andere manier aangemoedigd hebben voor en/of tijdens de tocht